Hoe lang hebben we elkaar niet gezien? Zestien, zeventien jaar? Herinner jij nog de laatste keer? Ik zie me nog die straat uitlopen in Haarlem waar jij pas was gaan samenwonen. Ik dacht: dit kon wel eens de laatste keer zijn. Ik draaide me om om je nog eenmaal te zien ... (zie 811).

Ik drukte op het knopje, maar ik hoorde de bel niet gaan. Er is vast niemand thuis, dacht ik, of ze werkt of ze is met de kinderen op vakantie. Toen hoorde ik rumoer achter de deur en de deur ging open. Ik zag haar bijna negentien jaar geleden voor de laatste keer.

De mogelijkheid van een bezoek was er wel vaker geweest, maar ik had het nooit gedaan. Ditmaal moest het er van komen. Deze vakantieweek ging ik uitstapjes maken met mijn oudste zoon. We gingen de Hermitage in Amsterdam en het Airborne Museum in Arnhem bezoeken, een rondleiding volgen door de Tweede Kamer in Den Haag en het Teylersmuseum in Haarlem bekijken. Als er tijd over was, zouden we ook nog andere bezienswaardigheden zoeken. Zo kwamen we terecht in het Amsterdams Historisch Museum en in Den Haag in het Letterkundig Museum (dat me erg tegenviel). Maar na het Teylersmuseum had ik het plan opgevat om nog even Haarlem in te gaan, herinneringen op te halen en dan met de auto naar dat kleine plaatsje ten oosten van Haarlem gaan.

Ik aarzelde tot op het laatste moment. Waarom deed ik dit? Wat moest ik ervan verwachten? Wat durfde ik te hopen? Ik wist geen antwoorden en toen het moment daar was doorrijden naar Amsterdam of afslaan de polder in was er geen twijfel, ik sorteerde voor naar rechts. Ik had maar vaag de route in mijn hoofd, maar reed er zonder problemen naartoe (inderdaad, ik heb geen TomTom aan boord). Alsof een hogere macht me leidde, had ik er bijna aan toegevoegd. Maar die hogere macht was ongetwijfeld de diepe wens om haar eenvoudigweg weer terug te zien, te ontmoeten, te kijken wat er nog over is.

Hoe banaal is het dan uiteindelijk? Je rijdt de straat in, je zoekt het huis met het juiste huisnummer op, je parkeert de auto en je loopt naar de voordeur. Een doodnormale dag in mei. Meer is het niet, afgezien dan van de verwachtingsvolle spanning.

De gedachte ze herkent me niet kon ik niet afmaken toen ze mij plotseling herkende. Het volgende moment omhelsden we elkaar. Het was goed.

Helaas kon ik niet lang blijven, ik moest aan het eind van de middag de kleinsten van de opvang ophalen. Bovendien was mijn oudste zoon erbij, wat maakte dat ik niet alles kon aansnijden. Het was voldoende om me weer volkomen vertrouwd te voelen, een beetje thuis te komen. In een paar minuten tijd werd negentien jaar overbrugd en in het uur dat we samen waren, bespeurde ik vaag de magie van vroeger. Ineens schoot het door me heen, een vreemde gedachte, maar zo kwam het in me op: het is de talige kant die haar zo bijzonder maakt voor mij. De ironie en de ernst, de formuleringen, het onuitgesprokene dat ik vanzelfsprekend kan invullen, de gedachten die we van elkaar kunnen aanvullen, en de lichaamstaal. Alhoewel het niet de intensiteit van vroeger had, herinnerde ik me ineens hoezeer het een feest was om eindeloos met elkaar te praten. Ik realiseerde me hoe verschrikkelijk erg ik dat al die jaren gemist heb. Hoe ze het doet, ik weet het niet, maar het is iemand die me inspireert. En nog steeds, wanneer ik dit opschrijf, voel ik herwonnen ruimte in mezelf, donkere wolken maken plaats. En bovenal: zin om te schrijven!

Zou er de mogelijkheid bestaan om de vriendschap weer op te pakken? Ik zou niets liever willen in deze donkere tijden. Als iemand mijn zorgen op haar geheel eigen wijze zou kunnen verlichten, dan is zij het wel. Alleen, de asymmetrie die vroeger in onze vriendschap aanwezig was, is er waarschijnlijk in meer of mindere mate nog steeds: het is vooral mijn behoefte, niet de hare. Het zou mijn initiatief zijn en zij zou er of genoeg van krijgen of het welwillend laten voortkabbelen. Bovendien heeft zij haar eigen leven opgebouwd ondertussen, haar eigen vrienden en relaties, haar eigen netwerk en bezigheden.

Ik zit nog met een heleboel vragen die ik haar zou willen stellen. De antwoorden daarop zouden wel eens het einde van een boek kunnen zijn of de opmaat naar een nieuw hoofdstuk. Toen we elkaar bij het afscheid nogmaals omhelsden en zoenden zei ik: we zien elkaar vast nog wel eens. Ik verstond niet wat ze daarop zei.