De beste manier om te ontsnappen aan de destructieve keerzijden van ongebreidelde groei is bevrijding van de groeiobsessie, nulgroei of negatieve groei, dus een stabiele samenleving met een economie van het genoeg. De geduchtste tegenstander van de groeimanie die ons teistert is diegene, die genoeg heeft, die bescheiden behoeften heeft wat betreft materieel bezit, apparatuur en comfort en die beseft dat er geen duidelijke correlatie bestaat tussen de kwaliteit van een rijkgevuld leven en een steeds groeiende consumptie. Die wel streeft naar geestelijke maar niet naar economische groei en zowel innerlijk als uiterlijk onafhankelijk is geworden van economisme en materialisme.

Soms droom ik ervan burger te zijn van een samenleving waarin het economische domein weer is ingebed in het sociale en politieke; waarin de almacht van markt en geld is doorbroken; waarin kleinschaligheid de megalomane tendensen van onzen tijd het hoofd biedt en waarin lokale gemeenschappen niet langer ontwricht worden door de wereldmarkt. Het zou een samenleving zijn van vrijwillige eenvoud, waarin hebzucht en rivaliteit het niet meer zouden winnen van wederkerigheid en 'convivialiteit' (Illich) en waarbij wereldwijd gelijkheid en rechtvaardigheid zouden heersen. Pas dan zou de 'global village' van de planeet aarde werkelijk onze 'oikos' zijn geworden; thuis en huishouding van een verenigde en wijze mensheid waarin economie en ecologie niet langer elkaars tegendeel zouden zijn.

Ton Lemaire De val van Prometheus, 157