Hij had het niet zien aankomen, anders had hij zijn laatste zet niet gedaan. Al eerder had hij een onnauwkeurige zet uitgevoerd, waarmee hij een zwakte in zijn stelling had aangebracht. Met mijn laatste zet had ik mijn kleine problemen opgelost en mijn tegenstander er een paar gegeven. Hij verzonk in gedachten en ik vermoedde dat hij wel even de tijd zou nemen. Ik wierp een tevreden blik op de schaakstelling en ging naar buiten om een sigaret te roken.

Buiten genoot ik van de avondkoelte en ik liet mijn gedachten gaan. Het was me de afgelopen maanden al eerder opgevallen dat ik juist bij het schaken mijn privéproblemen kon vergeten. Een paar uurtjes geen donkere wolken aan de hemel, maar slechts de concentratie en het spel. Dat is de charme van het schaken: het gaat nergens over en het hoeft nergens over te gaan. Ondanks al het gepeins en gepieker de afgelopen maanden heb ik nog nooit zo'n goed seizoen geschaakt.

Mijn tegenstander had uiteindelijk gekozen voor een voortzetting die de schade minimaliseerde. Maar ik had al verder gekeken, negeerde zijn remise-aanbod en vond eenvoudig een winstweg. Toen hij inzag dat verlies onvermijdelijk was, gaf hij op. Hij begreep niet waar hij het fout gedaan had en ik realiseerde me, dat ik zelden zo subtiel gewonnen had.