Ik fietste naar de stad, mijn maag rammelde. Nog voor ik de stad bereikte, kwam ik langs een drive-in van McDonalds. Een lange rij auto's met druk telefonerende, zwaarlijvige heren. Een jonge manager met guitige ogen achter een brilletje overzag tevreden het toneel van zijn personeel dat vooral uit werkstudenten leek te bestaan. De manager schreeuwde voortdurend blijmoedig: goed zo, snelle jongens en meisjes, koop en verkoop, dat is goed voor ons allemaal! Het personeel werkte alsof ze handelden op de beurs. Ik besloot verder te zoeken naar een andere eetgelegenheid.

De buitenwijken van de stad waren verontrustend stil. Achter de ramen van verveelde 'villa's', zaten gapende vijftigers met hun kleinkinderen South Park te kijken. Om een hoek doemde ineens een vervallen oude katholieke kerk op. De spitse toren schaduwde dreigend tegen het grijs van de invallende duisternis. Een lange rij mensen schuifelde gedisciplineerd langs drie uitsmijters naar binnen. Terwijl ik me afvroeg wat daar te doen zou zijn, stopte er naast mij een keurig geklede heer. Hij keek me aan met zijn permanent verbaasde pretoogje. Ik zou daar niet naar binnen gaan, zei hij, ik werk bij de Voedsel en Waren Autoriteit, het eten is daar niet pluis. We hebben de rechter gevraagd het restaurant te sluiten. Is het dan een restaurant, vroeg ik stomverbaasd. Je kunt er eten, antwoordde hij, als je van diepvriesmaaltijden houdt waarvan de houdbaarheidsdatum al ruim zestig jaar verlopen is. Bovendien, de keuken is daar zo smerig, dat er zelfs schimmel in het haar van de chefkok groeit. Ik vroeg hem waar dan wel goede restaurants te vinden waren en hij verwees me naar de andere kant van de stad. Aan de andere kant van het centrum, zei hij, daar zitten de betere restaurants, alleen is het wel een stuk fietsen! Hij sprong op zijn scooter en racete de hoek om. Mijn aandacht werd getrokken door rumoer voor de ingang van de restaurant-kerk Geen Stijl. Een jongeman van Noordafrikaanse afkomst werd de toegang geweigerd. Een uitsmijter wees naar een aanplakbiljet en riep: kun je dan niet lezen, hier staat: voor islamieten verboden!

Om in het centrum te komen, moest ik door een vooroorlogse wijk. Hele straten waren in oranje gehuld en hier en daar zaten buurtbewoners onderuit gezakt, flesjes bier in de hand, buiten gezamenlijk gezellig naar de wederwaardigheden van het Nederlandse voetbaleftal te kijken op de televisie. Ik moest aan de kant voor een kleine carnavalsoptocht. Ze zongen luidkeels de Internationale en deelden tomaten uit aan mensen die even opkeken van het televisiescherm. Ook ik kreeg een tomaat aangeboden. Het was mooi rood, maar smaakte zeer genetisch gemanipuleerd. De honger begon nu echt te knagen.

De binnenstad was opmerkelijk rustig. De kredietcrises had hier duidelijk toegeslagen in de horeca, veel restaurants waren 'wegens omstandigheden' gesloten. De rozenverkopers moesten op zoek naar andere eetgelegenheden en overlegden naast een haperende draaiorgel in welke wijken ze hun rozen nu aan de man zouden brengen. De meesten wilden mijn kant uitgaan, maar anderen dachten dat er meer te verdienen zou zijn in de McDonalds buiten de stad. Ze konden het niet eens worden en het draaiorgel herhaalde opnieuw de Tulpen uit Amsterdam.

Het was niet moeilijk om de restaurantjes te vinden die de heer met de pretoogjes aanbevolen had. Nu pas viel het me op dat het een mooie zomeravond was en uit de openstaande ramen hoorde ik muziek uit alle windstreken. Ik sloeg linksaf en kwam terecht op een klein plein waar verscholen achter het groen van een boom een aantal mensen op een terras geannimeerd zaten te praten en te roken. Het zag er ontspannen uit en ik besloot dat het tijd werd om nu echt wat te gaan eten. Binnen was het niet groot, maar wel gezellig. De inrichting was stijlvol en eenvoudig en aan de muren hing een expositie van een fotograaf uit de wijk. Ik koos een plek aan de leestafel bij het raam en voelde me er ogenblikkelijk thuis. De vriendelijk glimlachende serveester bracht me de menukaart en we maakten een praatje over de moeilijke tijden in de horeca. De serveerster bleek ook de eigenaresse van het restaurant. Ze sprak over kleinschaligheid, kwaliteit en duurzaamheid. Ik vroeg hulp bij mijn keuze en ze adviseerde me een maaltijdsalade (zonder tomaten) met een lekkere Rioja erbij (reserva). Het duurde even voordat de salade klaar was, maar het was het wachten meer dan waard, het was inderdaad heerlijk! Ik besloot nog wat buiten op het terras te genieten van mijn meegebrachte lectuur en bestelde nog meer wijn. Toen ik als laatste klant overbleef, kwam de charmante eigenaresse me gezelschap houden en we spraken tot diep in de nacht. Over het leven en de toekomst. En over het kweken van tomaten.