Zeker, elke daad heeft zijn beweegredenen, zoals hij een doel en een principe kent; maar hoewel de handeling zijn doel verkondigt en zijn uitgangspunten openbaar maakt, onthult ze niet de diepste beweegredenen van de handelende persoon. Die beweegredenen blijven duister; ze komen niet aan het licht maar zijn verborgen, niet alleen voor anderen maar voor het grootste deel van de tijd ook voor de handelende persoon en zijn zelfonderzoek. De zoektocht naar beweegredenen, de eis dat iedereen zijn diepste beweegredenen in het openbaar etaleert, verandert dan ook alle handelende personen in hypocrieten, omdat het onmogelijke wordt verlangd; op het moment dat het etaleren van de beweegredenen begint, begint de hypocrisie alle menselijke verhoudingen te vergiftigen. De poging om het duistere en verborgene het volle daglicht in te slepen kan bovendien alleen maar eindigen in een openlijke en schaamteloze manifestatie van handelingen die instinctief de bescherming van het duister opzoeken; het ligt helaas in het wezen van dit soort aangelegenheden besloten dat elke poging om goedheid publiekelijk aan het licht te brengen erin resulteert dat misdaad en misdadigheid het politieke toneel betreden. Meer dan elders ontbreekt in de politiek de mogelijkheid om tussen schijn en wezen te onderscheiden. In het domein van menselijke aangelegenheden zijn schijn en wezen dan ook identiek.

Hannah Arendt Over revolutie, 122-123