De ingang van De Witte Ruiter is op een hoek en loopt ietwat gebogen. Er staat een man met een telefoon aan zijn oor. Schijnbaar krijgt hij geen verbinding, want hij kijkt verbaasd en geërgerd naar het toestel, alsof hij antwoord verwacht van het apparaat zelf. De telefoon verdwijnt in de jaszak en de man gaat het café in. Achterop zijn jas staat Beer Temple. Nog geen tien seconden later staat hij weer buiten, lachend, telefoon aan zijn oor. Is er teruggebeld? Wie heeft hij aan de telefoon? Waarom kon hij het gesprek niet binnen voeren? De tram rijdt verder.