Ode aan de arbeid van Alain de Botton is papiergeworden verwondering, de verwondering waarvan kenners zeggen dat ze aan de basis van de filosofie ligt. De blik waarmee De Botton naar de arbeidende mens kijkt werkt zeer aanstekelijk. De lichte en elegante stijl van De Botton doet glimlachen en is scherp. Nergens lijkt De Botton te willen oordelen, alsof hij het wil laten bij de verwondering over het absurde van het menselijke gedrag. Toch proeft de goede lezer een oordeel. Zo zal het wel geen toeval zijn dat het laatste hoofdstuk over een kerkhof van afgeschreven en gedemonteerde vliegtuigen gaat.

Wat bijzonder is aan het vooruitzicht van de dood in ons moderne tijdperk is de aanhoudende technologische en sociologische revolutie die op de achtergrond speelt en ons alle vertrouwen in de bestendigheid van onze inspanningen ontneemt. Onze voorouders konden nog geloven in de mogelijkheid dat hun prestaties de tand des tijds zouden doorstaan. Wij weten dat tijd een orkaan is. Onze gebouwen, onze stijlopvattingen, onze ideeën zullen zonder uitzondering, weldra anachronismen zijn, en de machines waar we nu zo'n buitensporige trots aan ontlenen, zullen ons dan net zo sneu voorkomen als Yoricks schedel.

Alain de Botton Ode aan de arbeid, 343