Bosch en Duin 1986-1989: intermezzo

Tsja, en daar stond ik dan. Wat had ik dan verwacht? Dat de tijd zomaar tientallen jaren achteruit zou gaan? Dat ik als een Doctor Who in een rode telefooncel, flits, terug kon in de tijd om te zien hoe ik daar 22 jaar geleden de oprijlaan zou aflopen om de post te halen? Je bent nu verdomme drieenveertig, jwl, en daar is helemaal niets meer aan te doen. Sta je daar sentimenteel te doen voor een gebouw waar je ooit tweeenhalf jaar op kamers gewoond hebt. Dacht je nu echt dat er in al die jaren niets veranderd zou zijn? Dat het bevroren in de tijd zou wachten totdat jij weer eens langs zou fietsen?

Niet alleen de verloren tijd was onbereikbaar, maar ook het terrein. Een hoog hek met hagen daarachter, maakte dat ik het gebouw bijna niet kon zien. Een blaffende hond maakte zonodig nog duidelijker, dat er geen prijs gesteld zou worden op al te nieuwsgierige bezoekers. Op Google Maps stond er nog een andere, lagere heg.

Toch kan ik genoeg zien om te concluderen dat het gebouw behoorlijk opgeknapt is. De tuin eromheen is duidelijk onder handen genomen door een hovenier. De oprijlaan loopt nu voorlangs. Aan de achterzijde is een uitbreiding gebouwd, schijnbaar was voor het bedrijf dat er nu huist, de ruimte binnen te krap. Ik mag hopen dat de binnenkant van het huis niet al te zeer veruïneerd is, ik zou het graag eens zien, maar ik denk dat er weinig valt terug te herkennen.

Villa De Horst (1912) is gebouwd door architect Karel de Bazel (1869-1923). Het gebouw maakt een monumentale indruk, niet in de laatste plaats omdat het op een hoge duin gebouwd is. Je moet omhoog kijken als je het gebouw nadert en wie in de halfronde serre of op het halfronde balkon zit, kijkt onwillekeurig neer. Dit gevoel wordt bij mij versterkt door de twee eveneens halfronde dakkapellen aan weerzijden van de hoge topgevel, het lijken net ogen die neerkijken op de voorbijgangers. De villa is gebouwd in een tijd dat het onderscheid tussen heer en knecht nog niet volledig uit de mode was. De nabijgelegen tuinmanswoning ligt duidelijk een stuk lager.

Het is niet alleen het ontzag dat de villa wil inboezemen, het is vooral de symmetrie die me stoort. Zelfs de schoorstenen staan gespiegeld op het zadeldak en de klok in het midden zou wel eens het middelpunt van de rechthoek kunnen zijn. De achtergevel heeft ook een topgevel, maar daaronder bevindt zich een loggia met twee zuilen.

In mijn tijd was de ingang aan de rechterkant van het huis. De gang achter de deur liep langs de keuken (rechts) naar de centrale hal. Links de trap die met drie bochten linksom naar de eerste verdieping leidde. Bovenaan de trap links, voor de douchedeur weer links en dan liep ik op mijn kamer af die boven de keuken lag.

Behalve mevrouw Van der K. die er indertijd woonde (ze is ondertussen alweer enige tijd overleden), weet ik niets van de vroegere bewoners. Een artikel uit 2004 in Trouw suggereert dat Willem Oltmans er ooit opgroeide: Toen ik klein was, woonde ik met mijn ouders op de villa De Horst in Bosch en Duin. Het huis was zo groot dat we elkaar alleen bij het diner zagen. Ik had dan zoveel meer te vertellen dan mijn ouders konden aanhoren. Al snel begon ik met het bijhouden van dagboeken, alleen al om een uitlaatklep te hebben. Ik kan me voorstellen dat de villa vanuit kinderperspectief enorm geweest moet zijn. Willem Oltmans was niet de enige die er dagboeken schreef.

Het lukt me met moeite een glimp op te vangen van het raam waar ik vroeger achter heb gestaan, uitkijkend naar de postbode, uitkijkend naar bezoek. Ik vraag me af of de boom er nog wel staat, de boom waar toen zo vaak eekhoorntjes in speelden.

Ik heb er niet eens zolang staan kijken naar het huis, misschien nog niet eens de lengte van het roken van een sigaret. Ik fiets door naar Den Dolder, de route naar het station, en passeer onderweg de brievenbus waar zoveel brieven van mij hun reis begonnen.

Wanneer ik later op de terugweg het huis weer passeer, begin ik me af te vragen waarom ik dit allemaal doe. Waarom teruggaan naar die tijd? Is de overgang van een beschermde omgeving in Friesland naar het studentenleven te groot, te abrupt geweest? Was ik te eenzaam met mijn onbeantwoorde liefde? Moest ik te geforceerd volwassen worden? Of kon ik de vrijheid juist niet aan? Of zijn er parallellen tussen de gevoelens die ik nu heb en gevoelens uit die tijd? Hoe werkt dat toch in mijn hoofd? Gaan mijn hersenen op zoek naar vergelijkbare ervaringen in het geheugen en kom ik dan uit in Bosch en Duin? Ik weet het niet, laat ik er dus maar over schrijven. Ik ga proberen de draad weer op te pakken waar ik het op 27 april 2007 achtergelaten heb.