Het was lang geleden dat ik gelegenheid had om ongestoord achter de piano plaats te nemen en mijn handen hun weg te laten vinden. Want zo is het, niet ik speel als ik improviseer, maar mijn handen en vanmiddag lukte dat bijzonder goed. Ik wist niet wat mij overkwam, er kwam muziek uit mij waar ik geen enkele invloed op had, althans, niet bewust. Improvisatie gaat te snel om met voorbedachte rade elke noot, elke lijn te kiezen. Het was alsof ik naar een optreden luisterde die mijn handen voor mij speelden. Alsof het lichaam een eigen muzikaliteit heeft.

Nog voordat ik noten kon lezen deed ik dit al. Mijn handen zochten naar prettige samenklanken en sloegen zo maar wat aan. Ook nadat ik noten had leren lezen bleef ik dit doen. Nog voordat ik naar de middelbare school ging, leerde ik mezelf uit een boekje de grondbeginselen van de harmonieleer: de toonladders, drieklanken, vierklanken, hun relaties tot elkaar, de basis van de tonaliteit. Er ging een wereld voor mij open. Zo begreep ik ineens waarom er bijvoorbeeld de ene keer drie, de andere keer wellicht vier kruisen bij de sleutel stonden, het was afhankelijk van de toonsoort waarin gecomponeeerd was. Ogenblikkelijk ging ik de regels toepassen in mijn improvisatie, de eerste structuur werd gelegd. Sindsdien doe ik niet anders en wat eerst nog bewust werd uitgeprobeerd, werd langzaam maar zeker een vanzelfsprekendheid, een tweede natuur. Mijn handen weten nu zelf de juiste toetsen, de juiste samenklanken te vinden. Natuurlijk bleef ik experimenteren, uiteindelijk ging ik ook componeren, maar zolangzamerhand denk ik er niet meer bij na, het enige wat ik hoef te doen is achter de piano gaan zitten en mijn handen laten gaan.

Vandaag verwonderde ik me erover en voelde ik weer hoe bevrijdend het werkt om zo te kunnen spelen. Er kwam een associatie bij mij op met het taoïstische begrip wu wei, dat doorgaans als handelen zonder te handelen wordt vertaald. Het is geen oproep tot passiviteit, maar om spontaan te handelen, zonder intentie, zonder doel, eenvoudig doen wat je moet doen. Zo was het ook met mijn improvisatie, ik speelde zonder te spelen. Het is een kinderlijke spontaniteit die schijnbaar achter de piano naar boven komt. Ik besef hoe dit vermogen terugloopt tot in mijn kleutertijd. Als ik improviseer achter de piano ben ik weer kind.