I.

Er wordt verteld dat Thales eens, toen hij door een oude vrouw uit zijn huis werd meegenomen om de sterren te observeren, in een kuil is gevallen, en zijn kreet om hulp door de oude vrouw als volgt beantwoord werd: 'Denk je dat je iets over de hemel aan de weet kunt komen, Thales, als je niet eens kunt zien wat vlak voor je voeten ligt?'

Diogenes Laërtius Leven en leer van beroemde filosofen, 25

II.

Midden in het leven was ik van
het rechte pad geraakt. Toen ik mij
hervond, stond ik in een donker bos,
zo wild en woest en ondoordringbaar:
daar zijn geen woorden voor. Als ik eraan
terugdenk, schrik ik wéér! Ja, het is bijna zo
bitter als de dood! Maar om van het goede
dat ik er tegenkwam te verhalen, zal ik ook
spreken over de andere dingen die ik er zag.
Hoe ik in dat bos terechtkwam, kan ik niet
goed navertellen: want ik liep gewoon
te slapen toen ik de ware weg verloor.
Maar toen ik aangekomen was bij de voet
van een heuvel, die grensde aan dat ruige dal,
waar schrik mij om het hart geslagen was,
keek ik omhoog en zag hoe de stralen van
de zon, die de mensen steeds de rechte
weg wijzen, boven over de helling gleden.

Dante Alighieri Mijn komedie: Hel, 45-47

III.

GURNEMANZ
Vom Bade kehrt der König heim;
hoch steht die Sonne;
nun lass zum frommen Mahle mich dich geleiten;
denn bist du rein,
wird nun der Gral dich tränken und speisen.

(Er hat Parsifals Arm sich sanft um den Nacken gelegt und hält dessen Leib mit seinem eigenen Arme umschlangen; so geleitet er ihn bei sehr allmählichem Schreiten)

PARSIFAL
Wer ist der Gral?

GURNEMANZ
Das sagt mich nicht;
doch, bist du selbst zu ihm erkoren,
bleibt dir die Kunde unverloren.
Und sieh'!
Mich dünkt, dass ich dich recht erkannt:
kein Weg führt zu ihm durch das Land,
und niemand könnte ihn beschreiten,
den er nicht selber möcht' geleiten.

PARSIFAL
Ich schreite kaum, -
doch wähn' ich mich schon weit.

GURNEMANZ
Du siehst, mein Sohn,
zum Raum wird hier die Zeit.

(Allmählich, während Gurnemanz und Parsifal zu schreiten scheinen, verwandelt sich die Bühne, von links nach rechts hin, in unmerklicher Weise: es verschwindet so der Wald; in Felsenwänden öffnet sich ein Tor, welches nun die beiden einschliesst; dann wieder werden sie in aufsteigende Gänge sichtbar, welche sie zu durchreiten scheinen. - Lang gehaltene Posaunentöne schwellen sanft an: näher kommendes Glockengeläute. - Endlich sind sie in einem mächtigen Saale angekommen, welcher nach oben in eine hochgewölbte Kuppel, durch die einzig das Licht hereindringt, sich verliert. - Von der Höhe über der Kuppel her vernimmt man wachsendes Geläute)

GURNEMANZ
(sich zu Parsifal wendend, der wie verzaubert steht)

Nun achte wohl, und lass mich sehn:
bist du ein Tor und rein,
welch Wissen dir auch mag beschieden sein.

Richard Wagner Parsifal akte I
Gurnemanz: Hans Sotin; Parsifal: Siegfried Jerusalem; Chor und Orchester der Bayreuther Festspiele olv Horst Stein

IV.

Ten slotte worden zijn ogen zwakker en hij weet niet of het werkelijk donkerder wordt om heen of dat zijn ogen hem bedriegen. Maar wel ontwaart hij in het donker een glans die onweerstaanbaar uit de poort van de Wet stroomt. Nu zal hij niet lang meer leven. Vóór zijn dood verzamelen zich alle ervaringen van die hele tijd in zijn hoofd tot een vraag, die hij tot nu toe niet aan de wachter gedaan heeft. Hij wenkt hem, daar hij zijn verstijvend lichaam niet meer kan oprichten. De wachter moet zich diep tot hem neerbuigen, want het verschil in grootte heeft zich zeer in het nadeel van de man gewijzigd. 'Wat wil je nu nog weten?' vraagt de wachter, 'je bent onverzadigbaar.' 'Iedereen streeft er toch naar de Wet te bereiken,' zegt de man, 'hoe komt het dan, dat er in al die jaren niemand anders dan ik om toegang heeft gevraagd?' De wachter ziet dat de man zijn einde nabij is en om de woorden tot zijn stervende zintuigen te laten doordringen, brult hij tegen hem: 'Niemand kon hier toegelaten worden, want deze ingang was alleen voor jou bestemd. Ik ga nu weg en sluit de poort.'

Franz Kafka Voor de wet
in: Franz Kafka Verzameld werk, 755-756

V.

Door mij gaat men binnen in de stad van smarten,
door mij gaat men naar het eeuwige leed,
door mij gaat men naar de verdoemde mensen.
Uit rechtvaardigheid ben ik gemaakt
door de goddelijke Macht, de Hoogste
Wijsheid en de Eerste Liefde.
Vóór mij bestond alleen de eeuwigheid,
en ook ik ben voor de eeuwigheid gemaakt.
Laat alle hoop varen, gij die hier binnengaat.

In zwarte letters zag ik deze woorden
hoog boven een poort staan. 'Meester,
dat lijkt me harde taal', zo zei ik.
Hij begreep me onmiddellijk en zei: 'Hier
moet je alle angst laten varen en lafheid
heeft hier geen pas. We zijn nu aangekomen
op de plaats waar ik het al over had: daar waar
al die door smart gebroken zielen te zien zijn die de
goede gave van het verstand verloren hebben.'
En toen legde hij zijn hand op de mijne en met
een blij gezicht, dat me troost gaf, leidde hij
me binnen in die geheimzinnige wereld.

Dante Alighieri Mijn komedie: Hel, 72-73