De ideale lezer is de schrijver, vlak voordat de woorden op papier worden gezet.

De ideale lezer bestaat in het moment dat aan het scheppingsmoment voorafgaat.

Ideale lezers reconstrueren een verhaal niet, ze re-creëren het.

Ideale lezers volgen een verhaal niet, ze nemen er deel aan.

(...)

De ideale lezer ondermijnt de tekst. De ideale lezer vertrouwt de schrijver niet op zijn woord.

(...)

Ideale lezers tellen hun boeken niet.

(...)

Elk boek, goed of slecht, heeft zijn ideale lezer.

De ideale lezer leest elk boek in zekere zin als een autobiografie.

(...)

De ideale lezer weet wat het is om ongelukkig te zijn.

(...)

De ideale lezer kan blijven verdwalen in een boek.

(...)

De ideale lezer kan verliefd worden op een van de personages in het boek.

(...)

De ideale lezer wil het boek graag uitlezen, en het gevoel hebben dat het boek eindeloos is.

De ideale lezer is nimmer ongeduldig.

(...)

Er komt een moment dat elke lezer zichzelf een ideale lezer vindt.

(...)

De ideale lezer is de protagonist van een roman.

(...)

De ideale lezer is iemand met wie de schrijver best een avond wil doorbrengen, onder het genot van een glas wijn.

Een ideale lezer moet niet worden verward met een virtuele lezer.

Schrijvers zijn nooit de ideale lezer van hun eigen werk.

De literatuur is niet afhankelijk van ideale lezers, maar slechts van lezers die goed genoeg zijn.

Alberto Manguel De kunst van het lezen
Amsterdam 2011, 207-210