II

Hij wilde wit worden die dag. Dus zweeg hij
tot een stem om zijn lichaam kroop.

Het was zelden donker geweest
als in zijn stilte. Woorden
werden gestapeld, buiten gezet.

Hij was als de lucht
die hardnekkig weigert te bestaan
zodat alles rondom haar blauw wordt.

Ik ging naast hem zitten, radeloos.
Nog nooit had hij zo lang iets gezegd.

Lies van Gasse Hetzelfde gedicht steeds weer
Amsterdam 2008, 49