Het is stil, heel erg stil in huis. W. en de kinderen zijn een week op vakantie naar Vlieland. Ik ben een week thuis en ik wil deze week gebruiken om na te denken, te lezen, te schrijven en om allerlei klusjes te doen die zijn blijven liggen.

Ik wist dat de eerste dagen tegen zouden vallen. Dan is het huis gevuld met afwezigheid. Bovendien, met kleine kinderen in huis ga je nooit zomaar wat doen, je anticipeert altijd op hun aanwezigheid. Dat is niet erg, maar nu ze er niet zijn, merk ik, dat hun afwezigheid zeer onwennig is.

En ik mis ze, vreselijk! Natuurlijk, soms verzuchtte ik wel eens: wat zou ik graag eens een dagje voor mezelf willen hebben, even geen rekening houden met... Nu ik de luxe heb zeven dagen vrij te hebben, zou ik niets liever willen dat ze nu, ogenblikkelijk, thuis zouden komen. Wat zou ik graag de volgende boot naar Vlieland willen nemen, maar juist dat gaat niet en dat doet pijn.

Zo voelt deze leegte om mij heen, de afwezigheid, de stilte, als een generale repetitie voor de toekomst en dat maakt mij somber en verdrietig. Zo kan ik niet genieten van mijn toegevallen vrijheid deze week, al had ik mij voorgenomen dat wel te doen.