Het bureau is een kwartslag gedraaid, zodat ik nu, wanneer ik opkijk uit mijn lectuur, naar buiten kan kijken. Ik zie dan de achterzijde van de huizen aan de overkant en het groen van de vele bomen. Ik hoor duiven koeren, zo nu en dan een andere vogel fluiten en het ruisen van water bij de buren in de tuin. Verder gebeurt er weinig in de wijk.

Ik lees Eichmann in Jeruzalem van Hannah Arendt, niet bepaald een vakantieboek, maar ik ben niet iemand die zijn lectuur afstemt op het seizoen. De wens om dit boek te lezen is al oud, het was er alleen nooit van gekomen. Vorig jaar begon ik in de biografie van Hannah Arendt van Elisabeth Young-Bruehl en telkens wanneer een boek van Arendt voorbij was gekomen, las ik eerst dat boek. Na Totalitarisme, De menselijke conditie en Over revolutie stokte mijn belangstelling. Dat had niet zozeer met de inhoud van de boeken te maken, maar wel met de stijl. Hannah Arendt is geen groot schrijfster en dat is jammer, want met de opkomst van zeer rechtse, islamofobe en racistische partijen in Europa, is haar politieke filosofie de moeite waard om kennis van te nemen. Ik sluit overigens niet uit, dat de moeizame stijl door de vertalingen komt. Met name de vertaling van De menselijke conditie is oud, uit 1968, en mag wel eens kritisch tegen het licht gehouden worden.

Een aantal weken geleden besloot ik de biografie uit te lezen en nu lees ik dan Eichmann in Jeruzalem. Waar ik met haar andere boeken moeite had om vol te houden, kan ik met dit boek niet wachten om verder te gaan. Wellicht komt het door het onderwerp, wellicht ook door de ontstaansgeschiedenis van het boek. Hannah Arendt woonde het Eichmannproces bij in opdracht van het tijdschrift The New Yorker. Hoewel Arendt ook hier precies wil formuleren, heeft het niet die weerbarstige stijl van haar politiek filosofische boeken. Hier is meer een filosoof aan het woord die ook journalist probeert te zijn. Het boek vertelt meer, het heeft een eigen stem en is veel vlotter geschreven.

Het is zolangzamerhand echt mijn plekje geworden hier op zolder. Al is de zolder rommelig, mijn hoekje is de plek waar ik me in alle rust kan terugtrekken. Rechts onder het schuine dak staan boekenkasten met onder andere boeken van en over Nietzsche en boeken gerelateerd aan Nietzsche (Richard Wagner, Lou Andreas-Salome, Malwida van Meysenbug) binnen handbereik. Daarnaast handboeken, boeken over schaken, literaire tijdschriften, boeken van Hume, Hobbes en Kant, de pillen van Jonathan I. Israel enzovoort. Mijn bureau is zo leeg mogelijk. Er staat een foto van mijn ouders, een geschilderd lijstje met een kaart gemaakt door mijn dochtertje, de poëzie scheurkalender. Natuurlijk ook de laptop waar ik nu op zit te typen, mijn aantekeningenboekje en het leesplankje met daarop het boek van Arendt. Ik lees het liefste aan een tafel of een bureau. Het leesplankje gebruik ik niet altijd, eigenlijk alleen bij boeken die de neiging hebben dicht te vallen als ik het niet dwing om open te blijven liggen. Zometeen schuif ik de laptop weer naar achteren en pak ik het leesplankje. Dan ben ik weer in Jeruzalem.