Waar de foto is gebleven, dat weet ik niet, maar het beeld zit nog in mijn hoofd. Vier jonge mannen kijken feestend in de camera, glazen bier in de handen, de armen over elkaars schouders. Vier vrienden die elkaar nog kennen van de middelbare school, maar elkaar pas erna echt hebben leren kennen. Nooit eerder waren we met z'n vieren bij elkaar geweest, ook al hadden we allemaal geregeld contact met één of twee van de anderen. E., W., M. en ikzelf. Het moet op het afstudeerfeest van W. zijn geweest, in één van de werfkelders aan de Oude Gracht. Wat is er van ons geworden?

E. raakte uit beeld. Nadat ik getrouwd was en vader werd, zei hij steeds vaker de afspraken af. Op een gegeven moment besloot ik het initiatief aan hem over te laten, maar hij nam het niet. Ik heb nog naar hem gezocht, maar het is niet gelukt om weer met hem in contact te komen. Hij wil het ook niet, denk ik. Was het jaloezie? Was hij verliefd geworden op mijn vrouw? Heb ik eens wat verkeerd gezegd? Geen idee. Jaren later vernam ik dat hij leerkracht was geworden op een lagere school in het verre noorden, een neefje van mij zat bij hem in de klas.

Tussen mij en W. was het hartelijk, maar echt vrienndschap wilde het niet worden. Toen we allebei getrouwd waren, werd het nog lastiger: de vrouwen lagen elkaar niet. Desalniettemin hadden we soms spaarzaam contact, we woonden ook niet ver vanelkaar vandaan. Op een dag vertelde hij mij, dat hij met zijn vrouw naar Ghana ging, hij ging vanuit een religieuze organisatie ontwikkelingswerk doen. Het was iets dat ze allebei wilden, daar hadden ze als het ware naartoe gewerkt. Toen ze in Ghana waren, kreeg ik nog wel eens een mailtje, maar daar bleef het bij, het lukte me indertijd niet door eigen problemen werkelijk moeite te doen om het contact te onderhouden. Een tijd geleden waren ze weer in Nederland, ik kreeg een verhuiskaart. Ze hadden twee kinderen geadopteerd in Ghana. Het laatste nieuws is, dat ze nu in Kampala werken, in Oeganda.

En dan M., arme M. Hij woont in het oosten van het land. In mijn studietijd zochten wel elkaar wel eens op. Ik heb hem brieven geschreven, maar hij was geen schrijver. We zagen elkaar soms lange tijd niet. We trouwden allebei. Hij kreeg vier kinderen, waarbij de eerste helaas niet levend geboren werd. Als we elkaar zagen was het goed, de vrouwen konden ook erg goed met elkaar opschieten. Vorig jaar zocht ik ze op met de kleintjes, het was erg gezellig en ik kon de sores uit mijn eigen leven even kwijt. Ongeveer een maand geleden belde ik ze weer, ik kreeg zijn vrouw aan de lijn. Een dramatisch verhaal volgde en ik weet nog steeds niet wat ik ermee moet. Ik denk dat ik M. ook niet meer zal zien, wat hij gedaan heeft is te erg. Afgelopen woensdag was de zitting bij de rechtbank, over twee weken volgt de uitspraak. Ondanks alles zou ik hem nog wel willen spreken, zijn verhaal horen. Of schrijven. Ik kan vrienden niet loslaten...