Toen ik vanochtend in de trein de volgende anekdote over een nog jonge, talentvolle regisseur las, vreesde ik te weten over wie het ging, al hoopte ik dat ik me vergiste ...

Dieren in brand steken is iets vreselijks. Helaas gebeurt dat in onze dagen ook nog. Een nog jonge, talentvolle regisseur was bezig een film te maken, en hij had besloten dat hij voor die film een brandende koe nodig had. Maar niemand wilde de koe in brand steken, noch de assistent-regisseur, noch de cameraman, niemand. Toen goot de regisseur zelf petroleum over die koe en stak die aan. De koe stormde luid loeiend weg, een levende fakkel. Het werd gefilmd. Ze maakten die opnamen in een dorp. Toen de boeren erover hoorden, vermoordden ze die regisseur bijna.

Dimitri Sjostakovitsj / Solomon Volkov Getuigenis, 55

... maar een noot bij deze tekst bevestigde mijn vermoeden. Het gaat om Andrej Tarkovski en de gebeurtenis vond plaats tijdens de opnamen voor zijn film Andrej Roebljov. Het is lang geleden dat ik deze film gezien heb en ik herinner me geen brandende koe. (Wel de brandende man in Nostalghia.) Zo blijkt ook Tarkovski menselijk, al te menselijk te zijn. Menselijk, want dieren doen zoiets niet. (Zo kan ik de daad van Anders Breivik niet beestachtig vinden. Dieren plegen geen bomaanslag en schieten geen mensen dood op een eiland, dat doen alleen mensen. Dieren moorden niet, ze doden, niet uit 'idealisme' of uit lust, maar om te overleven.)