Aan het einde van de film The Return (Andrej Zvjagintsev, 2003) is de dode vader met het bootje naar de bodem van het meer gezonken. De zonen hebben nog lang staan kijken, vermannen zich en vertrekken met de auto. Er is niemand meer. Niemand? Dan gebeurt het, terwijl het geluid van de wegrijdende auto wegsterft, komt de camera in beweging. Vanaf een hoge positie beweegt deze naar de plek waar de jongens stonden te kijken. Wie kijkt daar, vraag je je onwillekeurig af. Wij in de bioscoopzaal? De wereld? De natuur? Er is een personage, zonder dat er een personage is. Het kijkt even over het water en beweegt dan naar achteren, het bos in. Een schitterend moment, het laat de toeschouwer met het raadsel van de film achter. (deze scène begint ongeveer na 6:24 in het volgende fragment)

Een vergelijkbaar moment zit in de film The Banishment (Andrej Zvjagintsev, 2007). Er heeft zich een drama afgespeeld in het huis op het platteland, ook ditmaal een dode. De moeder is al begraven en de arts verlaat als laatste het huis. We zien, we bespieden hem bijna, vanuit een andere kamer. De arts maakt zich gereed om te vertrekken. Buiten doet hij luiken voor de ramen. Nog eenmaal gaat de deur open, de sleutel wordt gepakt en we horen de sleutel draaien in het slot. Dan vertrekt er een auto. Er is niemand meer in het huis, alle personages zijn vertrokken, alleen de deur met zijn grote vierkante ogen lijkt ons nog te zien. Wie is er nog? De geest van de overleden vrouw? Wij in de bioscoop? Is het huis zelf een personage geworden? Een enorme gevoel van alleen-zijn overviel mij bij het zien van dit fragment, maar wat is het een mooi moment! Weer die achterwaartse (binnenwaartse) beweging, verder het huis in. (deze scène begint ongeveer na 23:36 in het volgende fragment)