Waarde R.,

Nee, je hoeft niet bang te zijn dat er ooit een boek van mij in de handel komt. Ja, er spookt een boek in mij, ik heb zelfs ooit geprobeerd om een begin te maken, maar ik heb geen wensdroom om een boek ter wereld te brengen. Er komen elke dag genoeg nieuwe titels op de markt en er is nog geschiedenis genoeg, dus die paar bladzijden van mij zullen niet gemist worden. Ik heb ook niets te melden, er is niets wat ik een lezerspubliek zou willen aandoen, ik heb geen boodschap. Ik voel ook geen behoefte om iets na te laten. Dat er na mijn dood nog ergens in een obscuur boekwinkeltje – want ooit zullen boekwinkeltjes zeldzaam en obscuur zijn – wellicht nog een exemplaartje van mijn boekje te vinden zou zijn. Geen denken aan.

Als ik je al over 'mijn schrijven' spreek, dan is dat eerder zoals ik in mijn studietijd componeerde. Ik vond het een aangename bezigheid om te werken aan een muziekstuk. Ik kon er herinneringen en ervaringen in kwijt en daarnaast vond ik het boeiend om enigszins te ontdekken wat dat nu was, 'componeren'. Of althans, hoe dat dan bij mij werkt. In ieder geval veranderde het mijn manier van luisteren naar muziek. Zoals men een symfonie van Beethoven beter leert kennen door zelf een pianoversie te spelen dan door tientallen keren te luisteren naar opnames van o zo beroemde interessante orkesten en dirigenten, zo ontdekt men sneller iets over het vak componeren als men het eenvoudigweg zelf probeert.

Op dezelfde wijze ben ik met het schrijven van een boek bezig en ik kan je verzekeren, dat valt nog niet mee. Ik weet ongeveer hoe het verhaal moet beginnen en eindigen, maar hoe ik nu de juiste woorden moet vinden om die twee aanelkaar te knopen, geen idee. Net als bij het componeren geldt hier: ik heb er geen talent voor. Maar ik heb ook geen heilig vuur voor het schrijven. Ik mis het niet heel erg als ik het niet doe, ik ervaar geen noodzaak en als ik een dag niet geschreven heb, dan heb ik daar geen last van. (Met lezen is dat anders. Ik kan onrustig en chagrijnig worden als ik een dag niet of nauwelijks gelezen heb.)

Dus, wees gerust, geen boek van mij in de winkel. Vraag je liever af als je weer eens in een boekhandel bent, wie al die boeken toch moeten gaan lezen? Al die stapels, al die nieuwe titels, wie kopen dat toch? Waarom? Ik begrijp het soms echt niet. Ik gun al die auteurs hun boek en hun roem, maar als al die boeken zouden gaan spreken, dan zou ik gek worden van al die stemmen die aandacht willen van de kopers. Al die visies, verhalen, theorieën, boodschappen, esthetieken, analysen ... ik word er horende doof van en het leidt nergens toe. Dan denk ik wel eens, laat ik dan dat boek maar schrijven, dat boek, dat altijd stil verstopt in een hoekje ligt, dat bij voorkeur nergens over gaat en niets van zijn lezer wil, dat niets te bieden heeft en nooit opgemerkt wil worden – en dat ook beter niet geschreven of gedrukt had kunnen worden. Wel, met dat boek ben ik soms druk bezig, het is mijn leven. Het is niets en het zal nooit wat worden. Ik vind dat zeer geruststellend.

met olijke groeten,
jwl