In de trein pakte ik mijn nieuwe aanwinst uit om, zoals ik altijd doe met een nieuw boek of tijdschrift, even een paar bladzijden te proeven. Nadat ik het prijsje van de omslag gepeuterd had, bladerde ik naar de eerste bladzijden en begon te lezen. Algauw was ik de wereld van De ringen van Saturnus van Sebald binnengetrokken. Verbijsterend hoe Sebald dat toch elke keer weer voorelkaar krijgt. Toen ik het me plotseling realiseerde hoe ik weer gepakt was, begon ik te mijmeren over de stijl van Sebald. Ik dacht aan mijn eigen boek, hoe ik het helemaal verkeerd aanpakte en ik herschreef in gedachten de eerste alinea. Zinnen die ondertussen alweer vervluchtigd zijn.

's Avonds keek ik naar één van mijn favoriete films, Nostalghia van Andrej Tarkovski. Ineens leken Sebald en Tarkovski bijelkaar te horen op een eigenaardige wijze. Ik ervoer dezelfde vloeibaarheid van de tijd, hoe anders het boek en de film ook zijn. Met name de scène op de hotelkamer, een scène die ik graag vaak terugkijk. De duisternis en het geluid van de regen buiten. De russische dichter Andrej die op het bed gaat liggen en de hond die ineens uit de badkamer opdoemt en de eenzaamheid van de hoofdpersoon accentueert. Hier begint de werkelijkheid in een droom over te gaan, vooral herkenbaar in een subtiele verandering van kleur. Mij brengt het terug naar de alleenzame jaren in Bosch en Duin, jaren die op één of andere wijze verdicht terugkomen in de dagen van nu.

(het fragment begint ongeveer op 0:30; deze donkere beelden kunnen het beste bekeken worden in volledig scherm)