Ik zat nog wat voor het huis in de avondkoelte. Lezen en bladeren in de gedichten van Miriam Van hee. Weer die prachtige zinnen als ondraaglijk is deze stilte / een koffer met stenen gevuld. En: wat zal ik je zeggen / als de bomen ruisend / de avond inzeilen en / ik droef word van dit / schrijven alleen in de nacht?

Later ging ik naar binnen en keek nog het laatste uurtje van de film Nostalghia. Daarna nog fragmenten uit de film Mauvais Sang met Anna en Alex, dat hoort na zo'n warme dag. Alles zo mooi, maar het maakt ook somber. Het brengt me terug in de tijd, de tijd op kamers toen ik nog niet wist wat me te wachten stond. Melancholie.

Ik rook nog een sigaretje buiten en kijk naar de sikkel van de maan. Zou zij nu ook opkijken en de maan zien? Ik verlang haar terug te zien, maar .... Ach, denk je ook wel eens aan mij?

wanneer, zo vraag ik je
zullen wij elkaar weer
bij de hand vatten
en zullen wij de tijd verliezen
in een praten, als het rustige
klotsen van roeispanen

wanneer zullen wij weer
sprakeloos liggen,
in de nacht als de oevers
ver zijn

Miriam Van hee Het verband tussen de dagen, 50