Onlangs keek ik op uit In gesprek met Nietzsche en toen zag ik hem buiten in de duistere nacht. Ik had hem eerder gezien, lang geleden. In de herfstmaanden van Bosch en Duin als ik opkeek bij het schrijven van een brief. In de wintermaanden van Zeist als ik opkeek bij het schrijven van mijn dagboek. Maar sinds het voorjaar was geworden en later zomer, was ik hem langzaamaan vergeten.

Hij keek me verdrietig aan met een blik die wilde zeggen: ooit was ik altijd dicht bij je, mijn vriend, ik zat je op de hielen. Maar toen ging je weg. Je ging samenleven, je werd werknemer en je werd vader en al vond ik een andere manier om in je leven te komen, je herkende me niet. Weet je nog wie ik ben?

Toen wist ik het. Hier was hij, mijn schaduw in de nacht, en ik noemde hem bij zijn naam: jwl!