Dat ik niet in een wezenlijke vooruitgang geloof, lijkt sommige mensen nog te choqueren. Ik ben daar niet op uit, integendeel, maar onlangs in een politieke discussie met een jonge uitzendkracht, liet ik het me weer ontvallen. Ik had hem gecomplimenteerd voor zijn passie voor politiek. Het deed me goed om te merken dat er nog jonge mensen zijn die het idealisme koesteren en de discussie nog aangaan. Maar ook, omdat ik bemerkte dat ik in de loop der jaren een zekere gelatenheid heb gekregen als het om politiek gaat. Altijd maar weer dezelfde problemen in nieuwe jasjes. Al die politieke retoriek, heb ik het niet allemaal al eens eerder gehoord?

De waarde van ons democratisch stelsel is gelegen in het feit dat meningsverschillen en conflicten verbaal worden opgelost en niet met bommen en granaten. De waarde ligt vooral in het proces, minder in de uitkomst. Mede daarom ben ik voor de Europese Unie, omdat deze wanstaltige organisatie praat en niet schiet. Laat de politici hun spelletjes maar spelen, laat ze debatteren, laat ze elkaar desnoods voor zeer rotte vis uitmaken. Politiek gaat niet over wat waar is, maar wat werkt. Natuurlijk, ik heb onlangs weer keurig mijn burgerplicht gedaan en gestemd op de partij die als één van de weinigen de urgentie lijkt te voelen om ons voor te bereiden op een ecologische ramp die zich in alle stilte aan het voltrekken is. Maar de verwachting dat politiek ons gelukkig zou kunnen maken en alles voor ons zou kunnen oplossen, nee, die verwachting deel ik niet.

Geen vooruitgang? Natuurlijk wel. Je zegt toch zelf dat democratie ons meer vrede gebracht heeft? Is het niet zo dat de medische wetenschap meer ziektes kan genezen en dat we doorgaans langer in leven blijven? Is voor de gemiddelde burger het leven niet veel aangenamer geworden? We hebben een dak boven ons hoofd, we hoeven niet van honger om te komen, we kunnen ons beter beschermen tegen de natuur. En is er in onze rechtsstaat ook niet meer gerechtigheid dan ooit?

Allemaal waar, ik kan niet ontkennen dat het leven in ons werelddeel een stuk comfortabeler is geworden. Maar zijn we echt gelukkiger geworden dan, pak 'm beet, duizend jaar geleden? De omstandigheden waarin we leven zijn verbeterd, we hebben meer mogelijkheden om ons te ontwikkelen en we leven langer, maar zijn we wezenlijk gelukkiger geworden? Of zou een middeleeuwer wellicht zelfs gelukkiger geweest kunnen zijn dan wij, omdat hij nog naar boven kon kijken en kon vertrouwen op de aanwezigheid van een transcendente wereld? Kon hij niet een twijfelloze hoop hebben op een eeuwig leven in de hemel als hij een godsvruchtig leven leidde? Waarom slikken zoveel mensen heden ten dage antidepressiva?

Uiteindelijk weet ik het niet. Of de ontwikkeling van de mens zich nu in een opgaande lijn voltrekt of cyclisch, geen idee, misschien wel beide tegelijk. Wat betreft welvaart is er dan een opgaande lijn, wat betreft welzijn rennen we rondjes. Maar wat ik wel weet, dat is dat iedere generatie weer zijn hemelbestormers nodig heeft. Om het geloof in illusies gaande te houden. Ik herkende mijn adolescente zelf in deze uitzendkracht. Het idealisme, de frisse moed, het heerlijke gevoel dat je verschil zou kunnen maken. Ik vond het toen vreselijk als ingezakte teleurgestelde ouderen me dan op de vingers tikten: je bent niet realistisch jwl, de werkelijkheid is weerbarstig jwl, als je een baan en een gezin hebt, dan denk je wel anders jwl. Daarom hield ik uiteindelijk mijn mond, luisterde naar zijn prachtige verhalen en glimlachte.