Het is vervreemdend om in een boek uit de zestiende eeuw een passage te lezen dat begint met 'Tegenwoordig', terwijl het net zo goed de tegenwoordigheid van deze tijd had kunnen zijn. Zelfs het fragment van de Griekse heelmeesters vindt een parallel in onze tijd: was er onlangs niet een ziekenhuis dat een omroep toestond opnamen te maken op de eerstehulp voor een programma op televisie?

Tegenwoordig is men zo gericht geraakt op drukte en uiterlijk vertoon dat goedheid, gematigdheid, gelijkmoedigheid, standvastigheid en andere kalme en onopvallende kwaliteiten niet meer worden opgemerkt. Ruwe objecten voelen we; gladde gaan ongemerkt door onze handen. Ziekte ervaart men, gezondheid nauwelijks of helemaal niet, zoals we alle dingen die ons aangenaam zijn minder voelen dan dingen die ons pijn doen. Wanneer men dingen die men in de raadskamer kan afhandelen uitstelt om ze op de markt te doen en liever midden op de dag iets regelt dat men de avond tevoren ook had kunnen afdoen, en per se zelf wenst te doen wat men even goed aan een collega had kunnen overlaten, is men slechts met zijn eigen reputatie en zijn persoonlijk gewin bezig, en niet met het goede. Zo verrichten in Griekenland bepaalde heelmeesters hun chirurgische ingrepen op een podium ten aanschouwe van iedere voorbijganger om meer klanten te trekken en zo hun praktijk uit te breiden. Zij menen dat goede regelingen pas gehoord kunnen worden wanneer ze worden rondgebazuind.

Michel de Montaigne Essays, 1208