Lieve A.,

Allereerst mijn hartelijkste dank voor je felicitaties en goede wensen! Ze kwamen ruim op tijd binnen, maar ik ben wat laat met mijn reactie. Daar word ik geregeld op geattendeerd, dat ik zelfs met e-mail traag ben geworden. Soms gaat er wel een week voorbij voordat ik antwoord, terwijl de afzender waarschijnlijk vrijwel direct antwoord verwachtte. Het is niet persoonlijk, de tijd vliegt voorbij en ik heb daar eenvoudigweg geen erg in. Overdag ben ik aan het werk of heb ik andere verplichtingen, 's avonds stel ik het uit omdat ik me te moe voel. Mentaal dan, in mijn hoofd. Wellicht zou ik moeten gaan sporten, maar ik hou het maar bij wandelen op z'n tijd.

Wandelen kan zo'n eenvoudig genoegen zijn. Onlangs liep ik een route op landgoed Heidestein, het ligt vlakbij de scholen van de kinderen. Op een vrije middag is het daar heerlijk wandelen, vooral ook in dit seizoen met de herfstkleuren en de paddenstoelen. Het meertje met daarbij een theehuis op een heuvel uit het begin van de vorige eeuw, het spreekt tot de verbeelding. Er is daar zoveel te zien (en als ik het niet zie, dan ziet M. het wel, want die ziet alles!) en het is er zo mooi, dat ik mezelf gelukkig prijs zo'n wandelgebied zo vlakbij te hebben. Mocht je ooit in de gelegenheid zijn als je weer eens in de Lage Landen bent, dan gaan we daar eens kijken. Ik weet het, het zal het niet halen bij de Fernweh die jij kunt ervaren bij het wandelen in de bergen, maar toch denk ik dat ook jij deze natuur op waarde zal kunnen schatten.

Niet dat ik tegen sport ben, zelfs niet als het competatieve overheerst. Alleen, bij mij is geen verlangen om ergens de beste in te zijn. Ik hoef zelfs niet altijd maar beter te worden. Wanneer ik aan een schaakpartij begin, weet ik dat er drie eindresultaten mogelijk zijn: winnen, verliezen of gelijkspel. Ik ben aan het spel en mijn tegenstander verplicht om mijn uiterste best te doen de koning van de tegenpartij mat te zetten, maar als dat niet lukt, is er geen man overboord. Als ik me vermaakt heb, als het een boeiende en spannende partij was, wat maakt het eindresultaat dan uit? Wanneer ik en mijn tegenstander allebei een aangename tijd hebben doorgebracht met het spel, zijn er dan niet twee winnaars?

Helaas denken mijn tegenstanders daar vaak anders over. Uitzonderlijk is dat niet en ik vertel je weinig nieuws, denk ik, als ik beweer dat competitie en het denken in superlatieven in meer en mindere mate in alle lagen van onze samenleving een nadrukkelijke rol gekregen heeft. De beste willen zijn, de eerste of snelste willen zijn – in het dagelijkse verkeer kom ik dat voortdurend tegen. Het is een deugd geworden, het wordt aangemoedigd, het zou tot vooruitgang leiden. Status en aanzien is verbonden geraakt met succes. Onze seculiere godsdienst, de economie, is ervan doortrokken. Hier heeft het de vorm gekregen van het steeds meer creëeren van behoeften en verlangens en wie in staat is deze toenemende behoeften en verlangens het beste te bevredigen en ervan te profiteren, die mogen we het meest succesvol noemen. Toch kan ik me niet aan de indruk onttrekken, dat de gemiddelde koe in een weiland meer tevreden oogt dan al die succesvolle mensen.

Ach, wat mopper ik, lieve A., ik kom toch elke dag vriendelijke en aardige mensen tegen? Mensen die net als ik hun leven leven, proberen het beste ervan te maken, niet zonodig de beste hoeven te zijn, en uiteindelijk maar wat aanrommelen. Nee, ik moet niet zo zeuren en al heb ik vele zorgen, ik kom niets te kort. Ergo, ik probeer juist een sober en eenvoudig leven te leiden, probeer tevreden te zijn met genoeg en ik heb het gevoel dat me dat rust geeft, dat ik er gelukkiger van word.

Zelfs als het om boeken gaat. Soms sta ik voor de boekenkast in de huiskamer en dan zie ik al die ongelezen boeken staan. Het liefste zou ik in al die boeken tegelijk willen beginnen, maar daarmee zou ik de boeken onrecht aandoen, zou ik ze niet de aandacht kunnen geven die deze boeken verdienen. Daarom houd ik nu bij wat ik dagelijks lees, wil ik niet meer dan met zeven titels tegelijk bezig zijn. Wil ik in een nieuw boek beginnen, dan moet er eerst een ander boek uit. Een ultieme poging om iets in mijn lezen te bereiken: discipline. Discipline is een eigenschap waar ik nooit in heb uitgeblonken, ergo, het gebrek eraan is altijd een groot probleem voor mij geweest. In combinatie met een gebrek aan zelfvertrouwen in mijn eigen kunnen (mijn eerste gedachte is altijd: dat kan ik niet) en een flinke portie luiheid op z'n tijd. Jaja, zelfkennis is me niet vreemd.

Wel, ik ga deze brief verzenden, het ligt nu al weer een paar weken te roesten en het wordt er niet beter van. Het is geen bijzondere brief geworden (sorry voor al dat geleuter!), maar dat moet je me maar niet kwalijk nemen. Ik hoop op een brief van jou, daarom moet deze brief nu weg!

Vaert wel ende levet scone,
jwl