Misschien is dat het enige spectaculaire wat een dichter in deze tijd nog kan doen: een taal van de intimiteit uitvinden, een verstild spreken tegen de bombast van de reclame in, tegen het pathos van de politieke slogans, tegen de dorheid van economische analyses, tegen de sensationele waan van het werkelijkheidsonderricht dat kranten en andere media ons denken te geven. Mij interesseert de vrije nieuwsgaring van een individu dat verzonken in zijn droom de weg vindt naar andere dromers. Mij interesseert de herkenning, de verwantschap, het geheime verbond van enkelingen. Wees een anachronisme. Wees iets heel ouds. Pas dan, als je morgen wordt opgedolven en tevoorschijn komt als iets wat bijna iedereen al heel lang was vergeten, pas dan ben je nieuw.

Leonard Nolens Dagboek van een dichter. 1979-2007
Amsterdam 2009, 698