Zorgen, veel zorgen soms, maar ik wil niet klagen, er zijn veel mensen die het moeilijker hebben dan ik. Maar mijn zorgen leveren veel ruis op in mijn gedachten. Ik merk dat bij het werken, bij het lezen en schrijven, de concentratie is niet optimaal, ik kan het juiste station maar moeilijk vasthouden.

Ik zou wensen dat ik geruislozer zou kunnen leven. Laat mij maar rustig voorbij gaan, ik ben er wel maar ik ben er niet. Geen aandacht alstublieft, ik ben van geen belang, er zijn veel verstandigere mensen, luister maar naar hen. Ik heb geen boodschap aan de wereld, ik heb geen speciale ambitie, ik hoef geen roem of naamsbekendheid, al die poeha hoef ik niet. Ik hoef niet Iemand te zijn. Het zou me ook niet goed afgaan, daarvoor ontbreekt het mij teveel aan standvastige overtuigingen. Ik ben een te grote twijfelaar voor de barricaden. Bovendien heb ik het vage vermoeden dat alle ellende in de wereld juist voortkomt uit het streven deze wereld beter te maken. Vraag dus geen oplossingen aan mij, ik heb ze niet, daarvoor moet u bij anderen zijn.

Het is soms beter niets te doen, denk ik. Geruisloos. Niets doen is namelijk ook iets doen en vraagt veel zelfbeheersing en discipline. Het is geen onverschilligheid, integendeel, het is een grotere betrokkenheid. Het is een stap terug in een wereld waar geen tijd meer is voor weloverwogen beslissingen, een wereld waarin we zolangzamerhand eisen dat het onbekende probleem van morgen vandaag al opgelost is.

Ik merk steeds vaker dat ik wil zwijgen en luisteren, er wordt al zoveel gekrakeeld, ik heb daar niets aan toe te voegen, alles is al eens veel welsprekender gezegd dan ik zou kunnen. Liever zoek ik de ruimte en de stilte op, want daar zou met een beetje aandacht nog iets kunnen ontstaan, daar zou iets tevoorschijn kunnen komen dat anders voortdurend overstemd wordt. Daarom wil ik mij soms verstoppen, verdwijnen. Let maar niet op mij, ik ben er niet, maar sta eens stil en luister, geruisloos, met een glimlach.