Het blijvend vertrek

Je bent altijd de man die vragen stelt en luistert.
Je hebt niets anders te vertellen dan je aandacht.
Je hoort de stilte uit. Je rooft de leegte leeg.
Haar monotonie, haar metronoom, haar moedermaat
Die jij sinds twintig jaar probeert te imiteren.

Was dat vrijheid, toen, je hier gevangen te zetten?
Alsof een mens iets in zijn dromen kan beslissen!
Alsof die er waren, andere kamers, middelen, wegen
In wijn, cynisme, reizen. Nee, hier was de moedige vlucht,
Het laffe huis vol zelfverzekerde eenzaamheid.

En hier, met het strenge pathos van je kinderjaren,
Werd je langzaam een geleerde zonder vakgebied,
Een trouwe minnaar zonder geliefde, een priester
Zonder God, misschien een zaad dat de woestijn afreist
En de tijd, de jouwe, deze, een jachtige les in geduld.

En hier, waar je de Tao leest met je verkeerde ogen
Uit het Westen, en de Thora die jou niet kan baren,
En waar je zoekt naar een muziek die zoals Bach
De hartklop van je hersenfuncties kan verklaren, hier
Kun je niet weg, moet je het wit ondervragen, het blad
Verhoren, elke dag beginnen met het einde van je droom.

Hier is je huis en het gaan. Hier is je blijvend vertrek.

Leonard Nolens Manieren van leven. Gedichten 1975-2011, 315