Het lijkt zo vanzelfsprekend dat we er doorgaans niet op letten. Hooguit wellicht als er een luchtje aan zit, dat wil ons nog wel eens verontrusten, vooral als we een industriegebied passeren. Ik herinner me van jaren geleden een politiewagen in de wijk die via een luidspreker adviseerde binnen te blijven, ramen en deuren gesloten te houden. Ergens stond een bedrijf in brand en de wind stond verkeerd. Uiteindelijk bleek het loos alarm.

Wanneer is dat begonnen? Dat we ons zorgen maken over zoiets elementairs als de lucht die we inademen? Iets dat we met alle mensen delen, het maakt niet welke politieke en godsdienstige overtuiging we hebben, welke seksuele voorkeur we hebben, of we rijk zijn of arm ... alle mensen hebben lucht nodig om te leven. Niets zo basaals als lucht happen.

Peter Sloterdijk leidt me langs de gasaanvallen in de Eerste Wereldoorlog, de gaskamers in de Tweede Wereldoorlog, de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki: de lucht gebruiken als dodelijk wapen, de lucht die we onontkoombaar nodig hebben om te leven. Kan een wapen wreder zijn? Sloterdijk vertelt over biologische wapens en de ontwikkeling van wapens door de Verenigde Staten die de leefomgeving van hun vijanden gebruiken om ze onschadelijk te maken. Sommige wapens lijken me teveel science fiction, maar wie zou voor Hiroshima gelooft hebben in een bom als de atoombom? Wat te denken van het weerwapen, waarbij de ionosfeer van de vijand naar believen wordt beïnvloed. Of het supergolfwapen waarmee enorme fysische effecten te sorteren zijn met inbegrip van klimatologische rampen en aardbevingen in speciaal uitgekozen doelgebieden. Sommige waarnemers brengen incidentele sneeuwstormen en nevelvelden in Arizona en andere onverklaarbare weersverschijnselen in verschillende delen van de wereld met de proeven van het onderzoeksstation in Alaska in verband. (106) Even vraag ik me af of Sloterdijk zich hier niet teveel overgeeft aan speculatie, zeker als hij beschrijft hoe zo'n supergolfwapen de breinen van de vijand zou kunnen manipuleren...

Is de dagelijkse praktijk minder surrealistisch? Hoe vanzelfsprekend vinden we het om ons leefmilieu, de lucht die we inademen, op te offeren aan een welvaartsniveau? Natuurlijk, we kunnen onszelf voor de gek houden met roetfilters in de auto en snelheidsbeperkingen op wegen om de fijnstof binnen bepaalde grenzen te houden. We kunnen afval scheiden in plastic, glas, blik, groen en overig. Tegelijkertijd kunnen we ons geluk niet op als we nog goedkoper met het vliegtuig naar nog verdere bestemmingen kunnen. Schone lucht, dat is vervuilde lucht die binnen bepaalde normen blijft, waar zouden we ons druk over maken? We vinden het allang niet meer absurd om de lucht die we zo nodig hebben om te leven, langzaam maar zeker te vergiftigen. Zolang we ons maar goed voelen, onze conditie in orde is, niet te dik zijn, gezond eten. Zolang onze mentale immuunsystemen maar goed werken en ons voldoende illusies voorschotelen om ons gevoel van geluk te waarborgen.

Toch zijn we geobsedeerd door lucht. Of deze niet te koud, te warm, te nat of te dynamisch is. Sloterdijk schrijft er een amusante alinea over, met aan het einde een 'nieuw' type mens: de weerdissident.

De moderne meteorologie (...) heeft dankzij haar succesvolste publicistische vorm, het zogeheten weerbericht (...), de bevolkingen van moderne natiestaten en politieke mediagemeenschappen een historisch nieuwe vorm van converseren opgelegd, die men nog het best als 'klimatologische stafbespreking' kan omschrijven. Moderne samenlevingen zijn gemeenschappen die over het weer discussiëren in de mate waarin een officiële instantie voor klimaatformatie de burgers de thema's van hun gesprekken over de weersomstandigheden in de mond legt. Door de communicatie over het weer, die door de media ondersteund wordt, veranderen moderne grote gemeenschappen, die vele miljoenen leden tellen, in dorpachtige buurten, waarin men het erover heeft dat het voor de tijd van het jaar te warm, te koud, te nat of te droog is. (...) Moderne weerverslaggeving maakt van nationale bevolkingen toeschouwers in een klimaattheater, doordat ze de ontvangers aanspoort hun persoonlijke waarneming met het verslag van de situatie te vergelijken en zich een eigen mening over de lopende gebeurtenissen te vormen. Door het weer als een voorstelling van de natuur voor de samenleving te beschrijven, voegen de meteorologen de mensen samen tot een publiek van kenners onder een gemeenschappelijke hemel; ze maken van iedereen een klimaatrecensent, die de actuele vertoningen van de natuur volgens zijn persoonlijke smaak beoordeelt. Strengere klimaatcritici vliegen tijdens perioden van slecht weer massaal naar streken waar ze met grote mate van waarschijnlijkheid een prettiger voorstelling kunnen verwachten – reden waarom Mauritius en Marokko tussen kerst en nieuwjaar door weerdissidenten uit Europa overspoeld worden.

Peter Sloterdijk Sferen. Schuim, 119-120.