Lieve A.,

Bedankt voor de prachtige foto! Je hebt werkelijk een schitterend uitzicht vanachter je werkplek! Hoe heet het riviertje dat ik verderop in het dal zie stromen? Kun je dat horen als je het raam hebt openstaan of is het daarvoor te ver weg? Is dat hetzelfde stroompje dat je volgt als je naar het dorp loopt voor je boodschappen? Het ziet er werkelijk uit als een vakantieplek, ik kan me voorstellen dat je daar je rust vindt voor je vertaalwerkzaamheden, al lijkt het me allemaal wat eenzaam.

Nee, ik zal je geen foto sturen van mijn uitzicht. Die is ook weinig verheffend. Achterkanten van huizen, carports, auto's, bomen. 's Ochtends zie ik wel eens vaders en moeders met de kinderen vertrekken naar school of naar de opvang. Een ouder echtpaar laat op gezette tijden hun hondje uit. Later komen dan de busjes van ondernemers die hier wat te doen hebben of op bepaalde dagen de vuilnisophaal. Het zijn kleine tekenen van een sociaal leven. Er valt hier op een gemiddelde werkdag weinig te beleven en dat vind ik prettig. Ik ben nu eenmaal een kluizenaar in de catacomben van mijn gedachten. Maar de afzondering die jij nastreeft, die zou ik niet kunnen volhouden.

Vaak heb ik de jaloezieën naar beneden als ik thuis werk en niet alleen vanwege de zon. Ik ben een binnenmens, in een hoek met een boek en laat de wereld maar doordraaien zonder mij. Je zou ook kunnen zeggen, dat ik meer een reiziger ben in de tijd dan in de ruimte. Er zijn mensen die graag de wereld willen zien en daarvoor verre reizen maken. Ik sla een boek open en verplaats me in geheugens van anderen uit andere tijden en andere werelden. Zo ben ik de laatste tijd vaak in de Middeleeuwen met de boeken van Copleston en Van Oostrom. En met Sloterdijk kom je werkelijk overal en nergens! Natuurlijk, ik zou wel wat meer van de wereld willen zien, maar ik voel geen drang daartoe en het is voor mij geen noodzaak. Ooit wil ik een reis maken in de voetsporen van Nietzsche, maar zelfs dat is een wens die niet per se hoeft uit te komen. Ik heb wel behoefte aan een horizon, ik hoef alleen niet zo nodig te weten wat er achter ligt.

Misschien is er een verband met mijn ongemak met het transcendente (ik krijg altijd jeuk van dat woord). Kom bij mij niet aan met al die bovennatuurlijke werelden, die werkelijkheden achter de werkelijkheid, ware werelden enzovoort. Ik vind binnenwerelden vele malen boeiender en het zou me niet verbazen dat al die religieuze voorstellingen door onszelf gecreëerd zijn. Juist die wereld van verzinsels en fantasie, de wereld van filosofische vergezichten, zeggen mij veel meer over de mens dan alle metafysica met waarheidpretenties. Nee, ik geloof niet in iets overkoepelends, een God of wat voor 'iets' ook, een oer-Vader of oer-Moeder desnoods, een geest of wereldziel die alles stiekem verbindt. In die zin ben ik dan ook geen optimist, ik zie liever de eenzaamheid van het menselijk bewustzijn onder ogen. Maar wat voor buitenwerelden men ook verzint – met een God, een Boeddha, Tao, noem maar op – je kunt er niet over discussiëren, want voor intellectuelen zijn dat soort taalspelen bij voorbaat een verloren zaak. Het zijn vooral de intelligente mensen onder de aanhangers van ware werelden die dit soort taalspelen tot grote hoogte kunnen brengen. Ze zijn, vreemd genoeg, niet zelden anti-intellectualistisch en zien zichzelf graag als een wijs mens, zij hebben immers toegang tot zo'n ware wereld.

Als uiting van de menselijke fantasie heeft al die onzin veel moois opgeleverd. Naar mijn mening hoef je ook geen volgeling van Christus te zijn om te genieten van architectuur en inrichting van een kerk of de noten van de passies en cantates van Bach. Maar, zoals een dirigent ooit tegen het koor zei waarin ik meezong: jullie hoeven van mij niet te geloven, maar als jullie vanavond de Matthäus Passion zingen, doe dan in ieder geval voor zolang het concert duurt alsof je gelooft wat je zingt. Sommige mensen doen dat hun hele leven lang.

Hammershøi schilderde binnenwerelden, geheimzinnige en mysterieuze portretten van interieurs, werelden van leegte en verstilling. Ze zijn uitnodigend, je zou ze willen betreden. Zo nu en dan schildert hij ook zijn vrouw in zo'n ruimte, maar altijd op de rug gezien in zwarte kleding, met donker haar en een oplichtende hals. Je zou haar willen aanspreken, zodat ze zich zou omdraaien, dat het raadsel zich zou tonen. Maar het raadsel toont zich al, het is het schilderij zelf. Ik heb steeds vaker de neiging om het daarbij te laten. Kijken naar kunst, het lezen van boeken, luisteren naar muziek. Niet interpreteren, niet duiden, het raadsel het raadsel laten en reflecteren over wat het mij te vertellen heeft en dat dan weer boetseren tot een eigen verhaal.

De menselijke fantasie, de ontware wereld, is fascinerend. Wellicht is de rede niets anders dan fantasie met de schijn van bewijsbaarheid. Ik heb moeite met religie als dwingende transcendente realiteit en als geïnstitutionaliseerde waarheid en ritueel, maar religie kan als uiting van het menselijk bewustzijn prachtig zijn. Gelukkig hebben veel mensen hun gedachten en ideeën vastgelegd in geheugens van papier en canvas, zodat ik kan genieten van hun overpeinzingen en beelden.

In gedachten kan ik nu op je bureaustoel gaan zitten en van je uitzicht genieten. Het is mooi, ik hoor nu het water kabbelen in de verte, ik hoor de vogels zingen en wat voor muziek heb je daar opstaan? Komt de geur van de lente al binnenwaaien (hier klinken al hele carillons sneeuwklokjes)? Wat lees je, wat vertaal je? Het is een ideale plek om te mijmeren. Schrijf maar gauw terug!

fantasievolle groeten,
je jwl