In theorie een pessimist, in praktijk een optimist. Zou dat zo samengevat voor mij opgaan? Is het pessimisme dat ik geen zin of doel in het leven zie? Dat ik er niet van overtuigd ben dat alle menselijke inspanningen uiteindelijk wezenlijk ergens toe leiden?

Als het leven geen zin heeft, dan kun je het zin geven, wordt wel eens tegen mij gezegd. Maar waarom zou ik dat doen en is die zingeving wel zo vrijblijvend? Is het niet eerder zo, dat het noodzakelijk is om te leven alsof het zin heeft? Is het wel een keus en bezitten wij überhaupt wel het vermogen om volstrekt zinloos te leven? Al was het maar om de paradox, dat wie besluit het leven zinloos te vinden, dit besluit schijnbaar wel zinvol vindt. Zou het voor ons menselijk bewustzijn niet een primaire levensvoorwaarde zijn, net als eten, drinken en ademen voor het lichaam?

Weet u, ik stel maar wat vragen waar ik geen sluitend antwoord op weet. Ik kan mezelf nu eenmaal niet op een metaniveau plaatsen van waaruit ik alles kan overzien en juist interpreteren. Gelukkig niet. Toch heb ik het vermoeden dat leven met een menselijk bewustzijn en doelloosheid elkaar uitsluiten, of we dat nu leuk vinden of niet. En waar een doel is, is op z'n minst een poging tot zingeving (al ben ik hier niet zeker van). Is het hier, dat mijn praktisch optimisme om de hoek komt kijken? Dat volstrekt doelloos en zinloos leven een praktische onmogelijkheid is, dat zou een bron van optimisme kunnen zijn. Of op z'n minst een prettige bijkomstigheid.

Mijn optimisme heeft ook te maken met het besef, dat we allen in hetzelfde schuitje zitten dat 'leven' heet en dat we allemaal graag willen dat dat schuitje niet zinkt. We zijn tot elkaar veroordeelt om deze vaart zo ver mogelijk tot een goed einde te brengen. We kunnen daarbij samenwerken en we kunnen daarbij solidair met elkaar zijn.