Soms als ik de krant lees, denk ik wel eens: het lijkt wel alsof ik in een open inrichting leef. Op zulke momenten zou ik meneer Canetti de hand kunnen schudden, mocht hij nog leven. Hij schetst in zijn roman Het martyrium een vergelijkbaar beeld van de samenleving.

Krankzinnig worden alleen die mensen die slechts aan zichzelf denken. Waanzin is de straf voor hun egoïsme, laat Canetti de psychiater Georges Kien tegen zijn vrouw zeggen. Dan gaat deze roman alleen nog maar over waanzinnigen, dacht ik daarbij. Over mensen die blind egocentrisch zijn, op het karikaturale af. Canetti neemt de lezer mee in de gedachtewerelden van zijn personages, waarbij de grens tussen realiteit en waanzin flinterdun is. Daar is de intellectueel en boekenwurm Peter Kien, die in zijn omvangrijke bibliotheek elke realiteitszin verloren heeft. Daar is zijn huishoudster en latere echtgenote Therese, die haar seksuele frustratie omzet in een obsessie voor geld. Daar is de sadistische huismeester Benedikt Pfaff en de gebochelde dwerg Fischerle die denkt dat hij wereldkampioen schaken kan worden. Alleen Georges Kien lijkt nog iets menselijks te behouden, hij probeert zijn broer Peter te redden, maar drijft hem onbedoeld tot zelfmoord. Of is dat ook weer een schijnbeweging van Canetti, zoals er zoveel zijn in dit boek?

Het martyrium staat vol met kolderieke scènes, maar uiteindelijk vergaat je het lachen. Het is deze comédie humaine bittere ernst. Alleen een pijnlijk sarcasme rest en dat maakt Het martyrium tot een ernstig en indrukwekkend boek. Canetti had nog zeven romans gepland – Het martyrium moest het eerste deel zijn van een cyclus –, maar die zijn niet geschreven. De wereld van Kien is echter nog steeds te herkennen in de kolommen van de krant, wanneer blind egoïsme en politieke verdwazing hoogtij vieren.