De dingen gebeuren gewoon en ik zoek er, zoals miljoenen mensen vóór mij, een betekenis in omdat mijn ijdelheid niet wenst toe te geven dat de zin van een gebeurtenis uitsluitend in de gebeurtenis zelf ligt. Geen enkele kever die ik achteloos vertrap zal in dat voor hem tragische gebeuren een geheimzinnig verband met een universele betekenis zien. Hij bevond zich onder mijn voet op het moment dat ik die neerzette; welbehagen in het licht, een korte scherpe pijn, en niets meer. Alleen wij zijn ertoe veroordeeld een betekenis na te jagen die er niet kan zijn.

Marlen Haushofer De wand, 193