La grande bellezza

Waarom ... heeft u nooit meer een boek geschreven?

Ik zocht de grote schoonheid. Maar ... die heb ik niet gevonden.

Ik betreed langzaam de wereld van Jep Gambardelli, hij is zojuist vijfenzestig geworden. Het is de mondaine wereld van Rome, een wereld van feesten, drank en sex. Hij is de koning van deze wereld, een wereld die onwillekeurig doet denken aan het Italië van Berlusconi. In deze schijnwerkelijkheid volg ik Jep in zijn nachtelijke wandelingen, in zijn ontmoetingen met oude vrienden. Dit alles tegen het stille en zwijgzame decor van het oude Rome, de architectuur, de beelden, de schilderijen en prachtige muziek.

Wanneer Jep verneemt dat zijn jeugdliefde is overleden breekt er iets, er gaan luiken open, oude verborgen herinneringen komen boven. Langzaam maar zeker ga ik vermoeden dat achter deze charmante verleider een grote tragiek schuil gaat. Al die feesten, al die vrouwen, was dat niet een hang naar vergetelheid?

Aan het einde van de film gaat Jep terug naar de plek uit zijn jeugd. Ik zie hem staan, ik zie hem herinneren, zijn gezicht vertrokken van smart. Ik snap hem, ik kan hem navoelen, het grote verlies. Wie dat heeft meegemaakt, zal altijd op zoek zijn of altijd op de vlucht. Maar is het grote verlies niet ook de bron van de grote schoonheid?

Zo eindigt het altijd.
Met de dood.

Eerst was er het leven ... verborgen onder bla, bla, bla, bla, bla.
Alles ligt bezonken onder het gekwebbel en het lawaai.

De stilte en het sentiment.

De emotie en de angst.

De bij vlagen luttele sprankjes van schoonheid.
En dan de akelige naargeestigheid en miserabele mensheid.
Alles bedekt onder de deken van onbehagen over het zijn in de wereld.

Bla, bla, bla, bla, bla.

Elders is het elders.
Ik hou me niet bezig met het elders.

Dus ... moge deze roman beginnen.

Tenslotte is het maar een truc.

Ja ... het is maar een truc.