In het schrijven van brieven vindt aldus een opmerkelijke ontmoeting plaats, een ontmoeting die niet pas begint op het moment waarop de geadresseerde de brief in handen heeft, maar die al aanvangt zodra de afzender achter de schrijftafel gaat zitten, de aanhef boven de brief zet en zo de ruimte opent tussen zichzelf en de ander.
Joke J. Hermsen Heimwee naar de mens, 64-65

Maar als men toevallig een reeks oude foto's vindt van mensen die men nooit heeft gekend en plaatsen waar men nooit is geweest, hoe dan niet overvallen te worden door een ontroostbare melancholie en een geheime angst?
Ton Lemaire Filosofie van het landschap, 56

Het is opvallend hoezeer stenen en steenachtige massa's het uitzicht bepalen; niet toevallig, want een steen is een ding par excellence, een voorbeeldig 'en-soi', dat niet kijkt, maar alleen bekeken wordt, dat zich niet verplaatst, maar alleen maar 'is', is op een beneden-menselijke, maar juist daardoor definitieve en schijnbaar beslissende wijze.
Ton Lemaire Filosofie van het landschap, 68

(...) dat de mens deel is van de natuur, en dat dit goed is; dat niet de mens de maat is van de dingen, maar de natuur de maat van de mens.
Ton Lemaire Filosofie van het landschap, 99

Als een tekst zich aandient en onder mijn handen tevoorschijn komt en structuur krijgt, in hoeverre is die tekst dan van mij?