Lieve A.,

Ik mis je. Ik mis je vreselijk! En ik mis je uit egoïsme, omdat ik je nodig heb. Was vloeken maar niet zo ongepast, ik zou even flink los willen gaan. Waarom woon je zo ver weg? Ik wil je vriendschap vlakbij, hier, om de hoek, je lach en je woorden. Maar dat gaat niet en ik weet het, er zijn goede redenen voor. Daarom schrijf ik je zoals ik alleen jou kan schrijven. Dat zou een troost moeten zijn... Is het de maandagochtend? Heb ik te weing koffie en nicotine gehad? Is het die halfslachtige herfst hier in de Laagste Landen? Of is het een stompzinnig romantisch verlangen te ontsnappen, te verlangen naar verre oorden, verlangen naar vroeger tijden achter de horizon...?! Ja. En nee, want ik weet dat het niet helpt.

Nee, ik ben niet ongelukkig, maar ik ben het leven soms zo zat. Het is allemaal zo treurig en ergerniswekkend. Heb jij het gevoel dat er in ons korte leven iets wezenlijks veranderd is? Of veranderd er niet echt iets. Vergis ik mij of zijn het altijd maar weer dezelfde problemen en conflicten, in mijn eigen leven en daarbuiten in de grote wereld? Altijd maar weer hetzelfde gedoe, dezelfde onzin, dezelfde hopeloosheid... Het gevoel alles al een keer meegemaakt te hebben. Het dendert maar voort, het openbare leven, elke dag is er wel iets in de media waardoor iedereen weer over elkaar heen valt met meninkjes, opvattingen, opinies... Zucht. Allemaal met goede bedoelingen natuurlijk en met de hoop de wereld beter, rechtvaardiger, mooier te maken. Hoeveel honderden jaren modderen wij mensen al niet door? Wat zijn we opgeschoten? Elke generatie begint weer bij het begin, met nieuwe energie en idealisme, met zogenaamde frisse ideeën, met hoop op een betere toekomst. Wanneer ze wat ouder worden en merken dat zij het niet zullen meemaken, doen ze het niet meer voor zichzelf, maar voor hun kinderen. En als die kinderen groot geworden zijn, de nieuwste generatie vormen, roepen de gefrustreerde ouders dat ze alles wel eens gezien hebben en is de cyclus weer rond. Soms word ik daar zo moedeloos van. Tutto nel mondo é burla. Jaja, de mensheid is een klucht, de librettist van Verdi had het begrepen.

Misschien had meneer Nietzsche wel gelijk. Het probleem is dat mensen zo menselijk zijn. De mens zou wellicht zijn behoefte om de wereld te verbeteren, zijn idealisme, moeten overwinnen. Iets doen door actief niets te doen, zegt de taoïst in mij. Geen paradijselijke vergezichten meer, maar eenvoudig dat wat voorhanden is. Het stukje dat ik schrijf, het eten dat bereid moet worden, de was die opgehangen moet worden. Hoe leg ik mensen die paradox uit, dat ik meen, dat juist die voortdurende pogingen om de wereld te verbeteren en rechtvaardiger te maken, juist die pogingen het tegenovergestelde bereiken? En dat ik vermoed dat als we nu eens zouden ophouden alles beter te maken, misschien juist dan wel de wereld beter en rechtvaardiger wordt? Dat mijn idealisme eruit bestaat, geen idealen meer na te streven. Ik laad dan altijd de verdenking op mij, dat ik mensen in nood aan hun lot wil overlaten, maar dat is zeker niet zo. Natuurlijk moeten we mensen helpen, maar niet vanuit een ideaal, niet omdat bijvoorbeeld Jezus dat vraagt of omdat het economisch voordeel oplevert of wat dan ook. Nee, je helpt iemand anders, omdat die ander hulp nodig heeft, niet meer en niet minder.

Niet dat ik denk met deze vage vermoedens iets te bereiken. Integendeel, de wereld is zo in de ban van kampioenschappen in geloofs- en politieke overtuigingen, dat ik niet de illusie koester dat die ban ooit gebroken zal worden. Misschien moet ik daar blij mee zijn, want ik denk dat kunst niet zonder vergezichten kan, al was het maar om er tegenaan te trappen. Kunst heeft transcendentie, immanentie (of hoe dat ook allemaal maar heet) nodig. De behoefte aan andere werelden, of dat nou transcendent of immanent is (en wellicht is daar geen wezenlijk verschil tussen), zou wel eens een primaire levensbehoefte van mensen kunnen zijn, een bescherming tegen de werkelijkheid. Hoeveel werkelijkheid kan een mens aan? Niet veel, denk ik.

Dus lieve A., schrijf! Schrijf je verhalen, je roman. Niet voor de roem, niet om de mensheid te verheffen (hahahaha!), maar voor mij en de anderen die het willen lezen. Vergeef me mijn humeur en blijf brieven sturen, ik weet dat je in gedachten vlakbij bent. Het komt allemaal goed.

Vaert wel ende levet scone,
je jwl