Het was een herfstavond, ongetwijfeld, want ik keek op van mijn boek en zag mezelf in het raam. Het geluid van regen en storm, zwarte schaduwen van bomen dansend in het licht van lantaarnpalen. In de verte wat gerommel van onweer. Het was stil buiten, niemand waagde zich op straat. Misschien dat daarom die passerende grijze auto me zo opviel. De bestuurder leek te aarzelen toen hij de studentenflat voorbij reed, misschien zocht de chauffeur een huisnummer. Verderop zag ik de auto keren en weer mijn kant opkomen. Een vreemde fascinatie overviel me, een bang voorgevoel kroop in mijn lijf omhoog. Ik ging voor de balkondeur staan, drukte mijn neus tegen het raam en probeerde met mijn handen de spiegeling van het licht in mijn kamer af te schermen. Alsof de duivel ermee speelde, bleef de auto precies onder mijn balkon staan. Ik schrok van een harde knal en een fel licht aan de hemel en ik kon nog net zien dat de bestuurder van de auto naar me wees en iets zei tegen iemand achterin de auto. Vlug deed ik een stap achteruit, ik voelde me betrapt, ik wilde niet gezien worden.

Het was al avond toen we het zwembad verlieten. Er werd een noordwesterstorm voorspeld en het waaide al hard. Ik moest de ruitenwissers van de auto flink laten werken. 'Papa, het onweert, hoor je dat?' vroeg mijn dochtertje. 'Dat vindt papa wel fijn, dat het weer echt herfst wordt,' merkte mijn zoontje op. Ik moest omrijden, de weg die ik doorgaans nam was afgesloten. Ik kreeg een idee. 'Jongens, zal ik eens laten zien waar ik vroeger gewoond heb? We komen er nu vlak langs!' De kinderen protesteerden, ze wilden naar huis, maar ik besloot het toch te doen, zoveel tijd zou het niet kosten. Toen ik het terrein opreed met de studentenflats, zag ik dat de kleuren die ze vroeger hadden, er niet meer waren. Moeizaam probeerde ik de huisnummers door de regen te herkennen. De eerste keer reed ik er langs zonder mijn oude flat te herkennen, maar aangezien het een doodlopende straat was, moest ik toch keren. Nu reed ik erop af en zag ik het. Het vierde balkon, dat moest het zijn. 'Kijk jongens, daar heeft papa ooit gewoond, nu zal er wel iemand anders wonen.' Het onweer barstte nu echt los. Achter het raam van mijn vroegere studentenflat zag ik een schaduw bewegen. Een vreemde nostalgie maakte zich van mij meester en het gevoel dit al eens eerder meegemaakt te hebben.