De aanwezigen keken bedrukt, niemand leek hier voor zijn plezier te zijn. Iedereen keek naar een plek die er niet was, de ander werd niet opgemerkt. Het waren wachtenden, wachtenden op een medewerker die tevoorschijn zou komen en hun naam zou noemen. Dan werden er handen geschud en even vriendelijk geknikt. Vervolgens werd er plaats genomen in een afgescheiden ruimte met een nummer erboven. De wachtenden werden zoekenden.

Ook mijn naam zou straks genoemd worden. Iemand moest mij belasterd hebben. Ik dacht aan Josef K. Of was ik schuldig, omdat ik niets gedaan had? En bij welk nummer zou ik plaats mogen nemen en welk oordeel zou ik mogen verwachten? Ik keek naar de bollen die uit het plafond staken, iemand kon alles zien wat ik deed, dat was wel zo veilig.

Toen klonk mijn naam, onwillekeurig keek ik op, een vriendelijke jongeman liep op mij af. Meneer L.? Ik ontkende maar niet, dat zou ongetwijfeld in mijn voordeel werken. Of ik nog iets wilde drinken? Nee, dank u, ik heb net koffie gehad. We gingen zitten. De ondervraging kon beginnen. Ik glimlachte beleefd, verzet had geen zin, ik wist dat ik geen kans maakte.