Als ik als een monnik zou willen leven en de wereld zou mijn klooster zonder muren zijn, dan zou dat een kloosterorde zonder orde zijn. De monnik als anarchist. Maar ik leef niet in een kloostercel, maar in een Sloterdijkse bel en vorm met de mensheid het schuim der aarde. Gescheiden door kwetsbare, doorzichtige en kleurrijke wanden leven we samen in onze eigen kleine bolvormige ruimten. Heeft schuim zijn eigen wetmatigheden, zijn eigen orde? Dan zou dit een voortdurende dynamische orde zijn, een chaotische orde wellicht?