En waarover we dachten en zwegen, zal niemand weten.
Conrad Aiken Preludes voor Memnon, 102

Het eenvoudige was zo moeilijk, dat verre wegen moesten worden bewandeld voordat men tot zichzelf kwam.
Rüdiger Safranski Arthur Schopenhauer. De woelige jaren van de filosofie, 161

Wij spiegelen ons en zijn tevens de achterkant van de spiegel.
Rüdiger Safranski Arthur Schopenhauer. De woelige jaren van de filosofie, 165

Het zijn dingen die zich slecht tot opschrijven lenen, omdat ik niet op de bodem ervan kan komen.
Frida Vogels Dagboek 1958-1959, 215

Het zijn de breuken in de continuïteit die ouder maken.
Frida Vogels Dagboek 1958-1959, 220