de eeuwige terugkeer (20)

Drie maanden was Nietzsche in Sankt Moritz en het mag een wonder heten dat hij in die tijd zijn nieuwe boek wist te schrijven. Sowieso is het een hele prestatie hoe Nietzsche met al zijn kwalen de hele Menschliches, Allzumenschliches heeft geschreven. De uitgave van dtv/de Gruyter omvat ongeveer zevenhonderd bladzijden, waarbij het laatste deel Der Wanderer und sein Schatten honderdzestig bladzijden telt! (De Nederlandse vertaling van Thomas Graftdijk en Hans Driessen bij De Arbeiderspers telt ongeveer vijfhonderdveertig bladzijden.)

Begin september 1879 had Nietzsche de tekst van Der Wanderer naar zijn vriend Heinrich Köselitz gestuurd, een maand later kwam het laatste gedeelte in netschrift weer terug, Köselitz had hard gewerkt (al schijnt volgens de Chronik het grootste deel van het manuscript in het handschrift van Marie Baumgartner te zijn). Gestern (Freitag) kam Ihre Abschrifft des Ganzen in meine Hände, ich begreife nicht, wie Sie diese schreckliche Arbeit in so kurzer Zeit bewältigen konnten, segne Sie aber für diese Unbegreiflichkeit der That! (KSB 5, 449), schrijft Nietzsche aan Köselitz. En een dag later:

Das Manusc[ript], welches Sie von St. M[oritz] aus bekamen, ist so theuer und schwer erkauft, daß vielleicht um diesen Preis niemand es geschrieben haben würde, der es hätte vermeiden können. Mir graut jetzt öfter beim Lesen, namentl[ich] der längeren Abschnitte, der häßlichen Erinnerung halber. (...) Ich lese Ihre Abschrift, und es wird mir so schwer, mich selber zu verstehen – so müde ist mein Kopf.

KSB 5, 450-451

Dezelfde dag nog schrijft Nietzsche aan zijn uitgever Ernst Schmeitzner in Chemnitz dat er een nieuw boek gereed is. Hij wil het graag in Leipzig komen brengen, falls Sie es haben wollen! (KSB 5, 453). Dat laatste is niet vreemd als men bedenkt dat de uitgever op de eerdere delen van Menschliches, Allzumenschliches flink verlies heeft geleden, het verkocht nauwelijks. Maar Schmeitzner heeft belangstelling en ze ontmoeten elkaar in Leipzig (waarschijnlijk op zondag 19 oktober 1879) waar Nietzsche het manuscript overhandigd. Schmeitzner gaat snel aan de slag en waar bij de vorige boeken veel en heftige conflicten waren tussen uitgever en schrijver, blijven deze nu uit. Het grootste probleem zit ditmaal bij de letterzetter, hij beschikt niet over voldoende c's. Desalniettemin komen al snel de eerste drukproeven binnen en kan Nietzsche ze lezen en corrigeren. De correspondentie gaat per brief en vele zijn bewaard. Wanneer Nietzsche zijn ogen moet ontzien, helpt Köselitz opnieuw. Köselitz, vaak de eerste lezer van Nietzsches werk, doet schijnbaar ook inhoudelijke suggesties. Nietzsche, die vaak is verdacht van vrouwenhaat (er zijn zelfs studies verricht naar zijn vermeende vrouwenhaat en naar zijn relaties met vrouwen), schrijft op 5 november 1879:

Schönsten Dank, lieber Freund, für den Wink, ich wünsche den Anschein der Weiberverachtung nicht und habe den passus ganz gestrichen. Wahr ist es übrigens, daß urspr[ünglich] nur die Männer sich für Menschen gehalten haben, noch die Sprachen beweisen es; das Weib hat wirklich als Thier gegolten, die Anerkennung des Menschen in ihm ist ein[er] der größten moralischen Schritte. Meine oder unsre jetzige Ansicht vom "Weibe" sollte mit dem Worte "Hausthier" nicht berührt sein. – Ich urtheilte nach Huntley's Beschreibung der Frauenlage bei wilden Völkerschaften. –

KSB 5, 461

De hele maand november en de eerste dagen van december werken Nietzsche en Köselitz door aan het corrigeren van de drukproeven. Nietzsche maakt qua gezondheid één van zijn zwaarste tijden door. Op 4 december 1879 schrijft Schmeitzner dat aan het einde van de volgende week de boeken verstuurd kunnen worden, al voegt hij eraan toe dat de zending aan de boekhandel niet voor het einde van februari 1880 plaats zal vinden, omdat voor nieuwe uitgaven deze tijd een vollständig todte Saison is. Vrijdag 12 december 1879 schrijft Schmeitzner aan Nietzsche dat ze klaar zijn met drukken en Vielleicht Montag kann das Expediren beginnen, dann werde ich Ihnen auch einen completten 'Nietzsche' schicken. Nietzsche ontvangt zijn exemplaar op 18 december en schrijft enthousiast dezelfde dag nog een brief terug aan zijn uitgever: Der vollendete "Wanderer" ist mir fast etwas Unglaubliches – am 21 Juni kam ich nach St. Mortiz – und heute – ! Die ganze "Menschlichkeit" met den 2 Anhängen ist aus der Zeit der bittersten und unhaltendsten Schmerzen – und scheint mir doch ein Ding voller Gesundheit. Dies ist mein Triumph (KSB 5, 471).

drukproef van de titelpagina

Opvallend aan de titelpagina is het ontbreken van een ornament als kader, zoals bij eerdere boeken van Nietzsche gebruikelijk was. Ook de verwijzing naar Menschliches, Allzumenschliches ontbreekt. De datering 1880 zal ongetwijfeld een slimme keuze van de uitgever geweest zijn, zo lijkt het boek minder snel verouderd. Bovendien dacht hij pas in 1880 het boek op de markt te brengen. Toch bericht Schmeitzner eind december 1879 dat naast de presentexemplaren er al 700 van de 1000 gedrukte exemplaren verzonden zijn. Toen al vrij snel het bericht kwam dat het boek net als de eerdere delen van Menschliches in Rusland verboden werd, kreeg het boek een bandomslag met de mededeling IN RUSSLAND VERBOTEN. Wellicht hoopte Schmeitzner hiermee de verkoop te stimuleren. Maar helaas, Der Wanderer zou jarenlang het minst verkochte boek van Nietzsche blijven.

De prijs van het boek lag rond 6 DM (bij een veiling in 1998 werd het voor 1500 DM verkocht). Het honorarium voor Nietzsche bedroeg 346,88 DM.