Hoelang het al aan de gang was, dat weet ik niet, ik was te verdiept geweest in mijn lectuur om het meteen op te merken. Maar ineens hoorde ik het, heel vaag in de verte en op een tijdstip waarop je het doorgaans niet hoort. Huwelijk of begrafenis, zoiets moest het wel zijn wanneer men om kwart voor twaalf de kerkklokken luidde. Ik dacht aan die fantastische openingszin van Krasznahorkai. Op een ochtend tegen eind oktober, vlak voordat de eerste druppels van de onbarmhartige lange herfstregens op de gebarsten grond van het verdorde land ten westen van de kolonie zouden neerdalen (waarna door de stinkende modderzee de landwegen tot het invallen van de vorst onbegaanbaar zouden zijn, zodat ook de stad niet meer te bereiken was), werd Futaki wakker van het gebeier van klokken (László Krasznahorkai Satanstango, 9). Prompt hoorde ik al die andere geluiden, het koeren van duiven, het kwetteren van zwaluwen tijdens hun vlucht, even een blaf van een hond, spelende kinderen en een vader, het dichtslaan van autodeuren en het knetteren van een voorbijrijdende brommer. En als de wereld in de naaste omgeving even zwijgt, hoor ik de geluidssporen van die andere wereld, zoals je de afwezige zee soms in een schelp kunt horen ruisen. Dan voert de wind de geluiden van snelwegen en overvliegende vliegtuigen aan. Maar die klokken waren ongewoon en surrealistisch verontrustend. Ze deden me beseffen hoe ver weg ik was geweest, in Frankfurt in de jaren veertig van de negentiende eeuw, de tijd en de stad van Arthur Schopenhauer. Gids Rüdiger Safranski gaf me een rondleiding, had een verdwenen wereld in mijn hoofd laten ontstaan, vertelde over mensen, gebeurtenissen en gedachten, waardoor ik niet hier was. In een seizoen waarin veel mensen onderweg zijn naar andere plekken dan thuis om avonturen te beleven, landschappen te bewonderen, bezienswaardigheden te bezoeken of om eenvoudigweg de tijd te ledigen en te bruinen in de zon, zit ik achter mijn bureau en daal af. Waar velen horizontaal reizen in de ruimte, daar verplaats ik me verticaal. De klokken brachten me even terug op het snijpunt van tijd en ruimte, maar ze klonken vast voor huwelijk of begrafenis. Of om boze geesten te verjagen.