Het zijn de darmen van je gedachten en ze bevatten meerdere melkwegstelsels. Je kunt er op zoek naar bewoonbare planeten, maar waarschijnlijk is er maar één. Je bent niet alleen op planeet Ik, je bent er met miljarden. Het aantal zal zelfs verdubbeld zijn als de stekker uit dit gigantische netwerk getrokken wordt. Maar ondertussen reis je met de snelheid van licht, draai je rondjes, zenuwimpulsen brengen je langs biljoenen synapsen. Ergens daar in het universum bevinden ze zich. Soms ontbreken de beelden en bestaan ze alleen nog maar als taal, ringen van gruis. Vaak in de buurt van opgewektheid en treurigheid, tussen hoop en wanhoop. Maar nergens te bevatten en telkens wanneer je grip probeert te krijgen, dwalen ze weg in een onmetelijk niets. Soms komen ze te paard in een droom, silhouetten in een wirwar van wolken en mist. Soms smaakt het naar hoger honing, soms riekt het naar ontlasting. Je zou dit eeuwig voortrazende radarwerk stil willen zetten, de disharmonie der sferen het zwijgen op willen leggen. Ergens op planeet Ik moet toch een plek zijn waar samengevallen wordt? Waar de deur, al was het maar voor even, gesloten is?