Plotseling had ik me gerealiseerd dat ik de hele tijd gesproken had en dat zij had gezwegen. Alleen de muziek van Satie klonk nog in de woonkamer van haar ouderlijk huis. Ik keek naar haar, zoals ze daar zat in die grote fauteuil, de armen om haar opgetrokken benen geslagen. Haar ogen straalden en ze glimlachte, vrolijk en spottend. Ik heb nog nooit iemand zo enthousiast over muziek horen praten. Zo enthousiast over muziek horen praten. Dit was een moment dat voor eeuwig voorbij zou gaan, maar elk detail van haar blik, de mooiste ogen van de wereld, deze beelden zouden neerdalen in mijn geheugen en daar als donkere wolken blijven hangen. Zij had nog dat vertrouwen, dat vertrouwen in het Schone, Ware en Goede achter de vergankelijkheid. Zij kende nog de vreugde van een betere wereld en niet de somberheid van de eenzame. Ik was mijn geloof verloren onderweg en achter de horizon was geen waarheid meer. Ik hield van haar en ze zou me willen troosten, maar ze wist dat ze nooit de schaduwen van deze onbeantwoorde liefde zou kunnen verjagen.