Lieve A.,

Wanneer ik aan deze brief begin, hangt er buiten mist tussen de huizen. Het lijkt erop dat het voorlopig niet zal optrekken. Ik herinner me vakanties in de bergen, dat je dan zo hoog kon klimmen, dat je boven de wolken uitkwam. Soms brak de bewolking en kon ik door de opening de wereld eronder zien. Even waande ik me dan in een andere wereld, zoals het kind dat dacht dat God en de engelen op de wolken leefden.

Na al die jaren gaat het gebeuren, W. en ik gaan scheiden en apart wonen. Het was onvermijdelijk, maar we hebben het lang, zeer lang in een redelijk goede verstandhouding volgehouden. Gelukkig stond het welzijn van de kinderen bij ons allebei centraal. Waarom het niet gewerkt heeft? Er zijn wellicht vele redenen die ik verstandelijk kan begrijpen, maar gevoelsmatig begrijp ik er helemaal niets van. Misschien speelde een rol wat Alain De Botton in Proeven van liefde schreef, dat wanneer partners niet meer om elkaars verschillen kunnen lachen, irritatie de plaats van humor inneemt en de relatie uitholt. Wat zal ik zeggen, ik ben nooit aan dit huwelijk begonnen om het ooit te beëindigen. Ik heb verloren en gefaald, met die gevoelens zal ik in het reine moeten komen. Wat rest is berusting.

Over enige tijd zal ik dus alleen verder moeten. Jij weet als geen ander hoe dat is, je kent de voor- en nadelen ervan. Soms verlang ik ernaar, soms maakt het me triest. Ik had op de middelbare school al belangstelling voor solitair levende mensen, ik heb veel boeken gelezen van en over mensen die daarvoor kozen. Een psych heeft me wel eens een lone wolf genoemd. Mijn verlangen naar stilte is natuurlijk ook verbonden met alleen-zijn, al weet ik ondertussen, dat het ook met mijn persoonlijkheid te maken heeft. Stilte is voor mij als introvert belangrijk om bij te kunnen tanken, om tot rust te komen, om de storm in mijn hoofd de gelegenheid te geven te gaan liggen. Daarnaast vind ik in stilte de concentratie om te kunnen lezen en schrijven. Ik zou bijna kunnen zeggen dat stilte voor mij een levensvoorwaarde is. Ik heb vaak half ernstig, half spottend gezegd, dat wanneer ik weer alleen zou wonen ik eindelijk eens aan dat boek zou kunnen beginnen. Wie weet, het blijft natuurlijk de vraag of ik wel geschikt ben voor schrijven op de lange baan. Maar ik heb al zo lang die stem van dat boek in mijn hoofd, dat ik op z'n minst een poging moet wagen en dan maar zien waar dat toe leidt.

Enige tijd geleden suggereerde iemand dat het ook wel goed kan zijn om helemaal bij nul te beginnen. Ik begreep zijn goede bedoelingen, maar het is natuurlijk een illusie te denken dat een mens helemaal opnieuw kan beginnen. Nee, sommige koffers met ballast neem je nu eenmaal altijd mee. Je kunt ze in goed afgesloten vochtige kelders plaatsen en een vorm van amnesie suggereren. Maar je kunt je herinneringen ook aan tafel nodigen, in gesprek gaan en ontdekken dat er goed met ze te leven valt. Misschien dat er nog iets moois uit deze relatie met mezelf kan groeien.

Lieve A., je zult wel glimlachen om mijn woorden, jij die al zo lang in stilte en eenzaamheid leeft. Ik zou dat niet in die mate kunnen, uiteindelijk heb ik mensen om me heen nodig. Zoals ik altijd zeg: als ik alleen ben verlang ik naar mensen, als ik onder de mensen ben verlang ik naar alleen-zijn. Hoe hoog staat jouw huisje in de bergen? Kijk jij wel eens uit over de wolken? Er komt een moment dat ik samen met jou in de bergen wandel, maar eerst moet die mist in mijn hoofd oplossen. Tot die tijd schrijven we.

een mooi nieuw jaar toegewenst!
jwl