Maanden heb ik me erop voorbereid. Misschien zelfs wel jaren. Het was immers onvermijdelijk. Toch was ik iets vergeten. Of nee, ik was het niet vergeten, ik wist het wel, maar ik had het niet tot me door laten dringen, ik wilde me er niet druk over maken. Ik had vooral aan mijn kinderen gedacht en aan bijzaken zoals mijn boeken.

De piano.

Misschien ook niet de piano, dat is uiteindelijk maar een apparaat. Het was de muziek die ik erop kon maken en al deed ik dat maar weinig, het besef kwam ineens dat de mogelijkheid zou verdwijnen. Sinds mijn vijftiende of zestiende jaar heb ik altijd een piano om mij heen gehad. Ik speelde erop en niet alleen van blad, urenlang heb ik erop geïmproviseerd. In mijn studietijd componeerde ik zelfs aan de piano. Het was een stille en vertrouwde aanwezigheid geweest die ik soms tot klinken bracht. De laatste jaren studeerde ik bijna alleen nog maar op de Nocturnes van Chopin. Wanneer zou ik dat ooit weer kunnen doen? Die vraag drong zich vanochtend in alle hevigheid aan mij op en waar ik al die maanden bijna niet meer heb kunnen huilen, kwamen nu de tranen. Ik heb er nog even op gespeeld en daarna de klep dicht gedaan. 's Middags kwam de verhuiswagen. Voorlopig zal ik geen muziek kunnen maken en ik wist niet dat dat zoveel pijn kon doen.