Ik schrijf, maar onder de bodem van het geschrevene ligt altijd nóg een afgrond. Daar zijn woorden, mijn woorden, onbereikbaar. Ik hoor hun echo, soms hun muziek, maar ik versta ze niet. Hoe ver ik ook over de rand hel om mijn oor te luisteren te leggen, de klanken blijven onpeilbaar. Ik moet loslaten, me onderwerpen, maar ik heb geen talent om te springen.