Het trok mijn aandacht, omdat het dik was en mooi vormgegeven. Pas in tweede instantie zag ik de schrijver en de titel. Het is de calvinist in mij die houdt van sober vormgegeven boeken. De gebonden Russische bibliotheek van Van Oorschot bijvoorbeeld, maar ook vele uitgaven van Athenaeum, zoals de Grote Bellettrie Serie. Gottfried Keller Groene Heinrich. Ik pakte het op, bladerde erin, maar kocht het niet. Nog zoveel ongelezen boeken in mijn kast, ik zag geen reden om dit boek er nu aan toe te voegen.

Een paar dagen later struikelde ik in Friedrich Nietzsche. A Philosophical Biography van Julian Young over de passage Gottfried Keller (the Swiss author of the novel Green Henry, which Nietzsche greatly admired) on the other hand thought it a 'juvenile' product of someone overeager to be a 'big man' (171). Zoveel gelezen over Nietzsche, maar dit was me onderweg schijnbaar ontgaan. Nietzsche was naast een schrijver ook een lezer en niet alleen van filosofische boeken, ik vergat dat wel eens. Dat hij graag Stendhal las, was ooit al eens een reden geweest om een boek van die schrijver paraat te hebben in mijn boekenkast. Net als Dostojewski en vaak is gewezen op een zekere verwandschap tussen die twee, al hebben ze elkaar nooit ontmoet.

Julian Young doelde op een brief die Gottfried Keller schreef aan Emil Kuh:

Das knäbische Pamphlet des Herrn Nietzsche gegen Strauß habe ich auch zu lesen begonnen, bringe es aber kaum zu Ende wegen des gar zu monotonen Schimpfstils ohne alle positiven Leistungen und Oasen. Nietzsche soll ein junger Professor van kaum 26 Jahren sein, Schüler van Ritschl in Leipzig und Philologe, den aber eine gewisse Großmannssucht treibt, auf anderen Gebieten Aufsehen erregen zu wollen. Sonst nicht unbegabt, sei er durch Wagner-Schopenhauerei verrannt und treibe in Basel mit ein paar Gleichverrannten einen eigenen Kultus. Mit der Strauß-Broschüre will er ohne Zweifel sich mit einem Coup ins allgemeine Gerede bringen, da ihm der stille Schulmeisterberuf zu langweilig und zu langsam ist.

uit: Josef Rattner Nietzsche. Leben – Werk – Wirkung, 39

Nietzsche zal wel niet op de hoogte geweest zijn van dit oordeel. Wanneer meer dan tien jaar later een gelegenheid zich voordoet om de schrijver Keller te ontmoeten, schrijft hij hem een brief:

Sils-Maria, Oberengadin
20 Sept. 1884.

Hochverehrter Herr,

vom 25. September an werde ich meinen Herbst-Aufenthalt in Zürich nehmen (in der Pension Neptun, inneres Seefeld) Zu den Wünschen die ich mit diesem Aufenthalte verbinde, gehört – zu aller oberst – der Wunsch, von Ihnen die Erlaubniß zu einem Besuche zu erhalten (nebst einem Wink über Ort und Stunde, vielleicht in der Museums-Gesellschaft? oder wie es Ihnen gut und gelegen dünkt.)

Mein "Zarathustra" ist hoffentlich in Ihren Händen? – Mit ehrerbietigstem Gruße

Prof. Dr. Friedr Nietzsche

KSB 6, 533-534

Op dinsdag 30 september 1884 vindt de ontmoeting plaats. In de overgeleverde brieven van Nietzsche vertelt hij niets over deze ontmoeting. Maar na het bezoek aan Keller wandelt hij met Robert Freund, een oude bekende en leerling van Franz Liszt. Deze herinnert zich later:

Nachdem der Besuch stattgefunden, ging ich am Nachmittag mit Nietzsche spazieren und frug ihn, wie es bei Keller gewesen sei. Es sei sehr nett gewesen, antwortete Nietzsche, nur entsetzte ihn das entsetzliche (sic) Deutsch, das Keller spreche und die mühsame Art, mit der sich der große Schriftsteller mündlich ausdrückte. Am nächsten Sonntag frug ich dan Keller, ob Herr Nietzsche ihn besucht habe. Keller bejahte und setzte hinzu: 'Ich glaube, dä Kerl ischt verruckt'.

Chronik, 595

Ondertussen staat de Groene Heinrich in mijn kast, ondanks het gemopper van al die andere boeken die nog gelezen moeten worden. Wanneer ik proef van de eerste bladzijden, begrijp ik waarom de bergwandelaar en natuurliefhebber Nietzsche dit boek zo mooi gevonden moet hebben.