Hoe ontstaat zo'n verhaal? Vooral als het niet waar is? Is het roddel en achterklap? Heeft iemand iets verzonnen, gebaseerd op horen zeggen en er een eigen wending aan gegeven, waardoor het verhaal steeds fantastischer werd? Het zal wel een raadsel blijven, maar het verhaal dat in Turijn onstond wordt eindeloos herhaald, het is overal te vinden, waardoor het verhaal zolangerzamerhand een onderdeel is geworden van zijn biografie. Het zou waar moeten zijn, want het is een mooi verhaal.

De oudste bekende getuigenis staat in een Italiaanse krant Nuova Antologia op 16 september 1900, ongeveer een maand na het overlijden van Nietzsche. Het anonieme artikel vertelt het verhaal dat elf jaar eerder in Turijn op de piazza Carlo Alberto gebeurd zou moeten zijn. Alleen het afranselen van het paard door een koetsier ontbreekt – het paard dat Nietzsche snikkend omarde toen hij zijn bewustzijn verloor. Pas in 1930 schrijft Erich Podach over dat detail. Zijn bron is de mondelinge overlevering uit Turijn. Sindsdien is het langzaam maar zeker onderdeel gaan worden van het verhaal rond Nietzsches geestelijke ineenstorting.

Vaak is gewezen op het vijfde hoofdstuk uit het eerste deel van Misdaad en straf van Dostojewski. Raskolnikov heeft een nachtmerrie en droomt hoe hij als zevenjarige met zijn vader een wandeling maakt buiten de stad. Daar is hij getuige van een menigte dronken boeren die zich vermaken met het aftuigen van een klein mager, geelbruin boerenpaardje (61) dat een veel te grote last moet trekken en niet in beweging kan komen. De eigenaar Mikolka slaat het in een roes van drank en agressie dood. Pas dan komen de toeschouwers tot bezinning. Jij hebt toch zeker geen menselijk gevoel in je lijf! roepen nu al vele stemmen uit de menigte (64). En dan komt het, het zevenjarige jongetje Raskolnikov

weet al niet meer wat het doet. Schreeuwend dringt hij door de menigte heen naar het geeltje toe, legt zijn armpjes om zijn dode, bebloede bek en kust het op zijn ogen, op zijn lippen... Dan springt hij plotseling op en in razernij vliegt hij met zijn vuistjes opgeheven op Mikolka toe. Op dat ogenblik grijpt zijn vader, die allang achter hem aanzat, hem ten slotte beet en draagt hem uit de menigte weg.

F.M. Dostojewski Misdaad en straf, 64

Hoe mooi ook dat er een verband gelegd zou kunnen worden met een door Nietzsche bewonderde schrijver, het verhaal komt, afgezien van het omhelzen van het paard, nauwelijks overeen. In Turijn ging het om een koetsier die zijn paard sloeg, bij Dostojewski om een menigte. Bij de laatste sterft het paard, in Turijn ging het louter om het medelijden van Nietzsche met een geslagen paard. Zo zijn er nog wel meer verschillen op te sommen. Hooguit is deze droom over Raskolnikovs innerlijke strijd met zichzelf en de wereld, een beeld dat ook bij Nietzsche past. Het zou waar moeten zijn, maar het is te mooi om waar te zijn.