Op een dag doe je het. Je trekt je schoenen aan, schoenen die je speciaal hebt uitgezocht. Je hangt je rugzak op je rug en ook die rugzak heb je er speciaal voor gekocht. In die rugzak zitten alleen de noodzakelijke spullen, het mag niet te zwaar zijn. (Dus geen boeken? Nee, geen boeken, misschien één, maar welke?) Verder alleen de kleren die je draagt en misschien een stok in je rechterhand, maar dat is het dan. En een hoofd vol herinneringen en verwachtingen, laat ik dat niet vergeten. Je doet de eerste stap en je denkt aan Lao Zi, had hij niet geschreven dat elke reis met een eerste stap begint? Dat is 'm dan, de eerste, er zullen nog vele volgen.

Waarom? Daarom. Nee, ik weet het niet echt. Is het een midlifecrisis? Wellicht. Als alle wegen in je leven ten einde zijn gelopen, moet je een nieuwe reis maken. Zoiets. Nieuwsgierig naar wat zich aandient als je volledig op jezelf bent aangewezen. Kun je alle sociale rollen en verplichtingen, alle maskers achter je laten? Het avontuur, de Fernweh, sommigen vonden me toch al een romanticus. Wat is er achter de horizon, wat is er achter mijn horizon? Is het een vlucht? Nee, er zijn gemakkelijkere manieren om te vluchten. Is het een roep om een religieus of spiritueel pad te volgen? Evenmin, ik geloof daar niet in.

Reiziger, er is geen weg / de weg maak je zelf, door te gaan, schreef dichter Antonio Machado.

Toen ik op een woensdagmiddag de trailer van de documentaire Compostella zag, wist ik, daar moet ik heen. De film, niet Compostella, dacht ik nog gekscherend. Dezelfde avond zat ik al in mijn favoriete filmhuis, ik kon niet wachten. Ik was benieuwd naar de beelden, de verhalen. Ik werd niet teleurgesteld, de beelden waren prachtig, te mooi om waar te zijn. De verhalen waren beknopt, te beknopt en de citaten die een zekere wijsheid moesten suggeren, hadden van mij niet gehoeven. De muziek was bij vlagen schitterend! Maar al was de film in zekere zin middelmatig, ik werd er wel door gegrepen. Ik betrapte me op gedachten als 'dit gaat over mij', 'dit wil ik', alsof ik de reis al eens in een vorig leven gemaakt had. Het ontroerde me, ik voelde zelfs tranen, maar veegde ze weg, laten we niet sentimenteel en dramatisch doen. Er klonk een stem in mij: jij gaat dit doen, ook al zul je je verzetten. Het overstemde zelfs die andere stem, die stem die me al heel mijn leven begeleidt: dat kun jij niet, daar ben jij niet geschikt voor. Toen ik de bioscoop verliet, voelde ik een gigantische energie, ik lachte de wereld tegemoet. Alsof ik een doel gevonden had. Alsof allerlei chaotische lijnen in mijn leven ineens samen kwamen en iets deden kantelen in mijn gedachten. Boeken die ik gelezen had van wandelaars (Friedrich Nietzsche, Ton Lemaire, W.G. Sebald enz.), ideeën die ik had over stilte, eenvoud en alleenzaamheid, maar ook de simpele wens om ooit eens op vakantie te gaan in het noorden van Spanje. Om er maar een paar te noemen.

De dagen erna kon ik aan niets anders denken. Ik zocht informatie op internet. Ik begon plannen te maken om grotere afstanden te lopen, ik herkende deze bezetenheid, het was me ooit eerder overkomen, bijna dertig jaar geleden. Ja, verdomd, het is aan het einde van deze maand dertig jaar geleden dat ik in Taizé die ogen zag die mijn leven de jaren erna zo zou veranderen. Ditmaal was ik echter niet verliefd op een paar ogen, maar op een idee.

Gaat het dan echt gebeuren? Die eerste stap op een dag? Ja, ik denk het wel, al zijn er nog wat praktische bezwaren en moeten er nog drempels genomen worden en al huiver ik bij de gedachte. Wie weet over een aantal jaren, maar de tijd zal er ooit rijp voor zijn.