Het pad volgt zoveel mogelijk de meanderende Kromme Rijn. Woonhuizen kijken uit over het mooie landschap, bedrijven staan juist afgewend, zodat ik niet het visitekaartje van de voorzijde zie, maar de werkelijkheid van afval en opslagruimtes. Zo nu en dan kruist het pad een snelweg of een provinciale weg, zodat ik soms buigend door een tunnel moet. De moderne maatschappij raast verder naar haar eindbestemming, ik ga er onderdoor.

Terwijl ik mijn eenzame tocht voortzet – ik kom zo nu en dan alleen een hond tegen die zijn of haar baasje uitlaat – denk ik aan de geschiedenis van het pad. Ooit was de Kromme Rijn een economische snelweg waarover produkten uit Wijk bij Duurstede en omstreken naar de markt in Utrecht gebracht werden. En nog langer geleden, toen Utrecht nog niet bestond, brachten de Romeinen over de Kromme Rijn het bouwmateriaal om op de plek waar nu de Dom van Utrecht staat een fort te bouwen die de noordgrens van het Romeinse Rijk moest bewaken.

Bewust van de geschiedenis van het pad ga ik voort en zie dat de natuur het overgenomen heeft van de menselijke activiteit. De stilte laat het lawaai van de moderne beschaving steeds verder terugwijken in de coulissen, achter het decor. Mijn tempo is de menselijke maat, ik wandel, gebruik geen apparaten of een ander levend wezen. De gedachte komt bij me op, dat dit de smalle wegen zijn aan de achterkant van de maatschappij. Een wereld van losse eindjes, maar geen modieuze stress en haast, geen wereld die overal een wedstrijd van maakt, geen verleidingen van reclame, geen verleidingen tot een identiteit op maat, nee, deze verborgen wereld lijkt ondergronds te gaan en het bevalt me wel. Het heeft geen mening over mij, hooguit is er een koe die me meewarig herkauwend aankijkt of een lammetje met een pretogende blik of hazenoren die boven het loof uitsteken om naderend menselijk gevaar op tijd te signaleren. Daar is de berusting van die eeuwig voortstromende rivier. Soms is de Kromme Rijn even uit het zicht verdwenen, maar dan komt ze ineens om een hoek weer te voorschijn en dan wil ik haar wel omarmen. Deze verborgen wegen herinneren mij aan een andere mogelijke wereld, een wereld in de marge misschien, een wereld waarin ik wil wandelen.